"Ik kan niet tekenen", een droevige leugen

 Laatst heb ik voor het eerst in een lange tijd weer voor een klas gestaan als een docent. Ik heb wel veel met kinderen gewerkt maar dat was vaak meer als entertainer of als spreker. Het was dus weer even nieuw om kinderen aan de slag te zien gaan. Wat me al snel opviel was hoe streng een hoop van hen waren op hun eigen tekenvaardigheid. "Ja, deze is heel lelijk.” of “Ik kan helemaal niet tekenen.” Velen willen het overtrekken van hun laptop omdat het ze anders niet lukt, volgens hunzelf. 

Nou denk ik dat het later in je ontwikkeling erg gezond is om kritische reflectie te ontwikkelen, maar als kind is het ook fijn om gewoon te kunnen genieten van het maken zonder dat je te gefocust bent op de kwaliteit van je eindproduct.


Dit deed me denken aan mijn grote probleem met AI en hoe ik dat terug zie in die kinderen. Er wordt een hoop gepraat over hoe AI onethisch gebruikmaakt van bestaand werk of de impact op het milieu, en dat is natuurlijk ook belangrijk, maar toen ik die kinderen zo zag begon mijn eigen probleem met AI toch weer te prikkelen.


Een schoonheid van bezig zijn met de kunsten, en dingen leren in het algemeen, is dat je jezelf kan laten zien dat je tot meer in staat bent dan je dacht. Om ergens aan te beginnen waarvan je nooit had verwacht dat je het zou kunnen, maar het toch doet. Door het gewoon aan te gaan en jezelf toe te staan om fouten te maken en daarvan te groeien. In mijn ervaring voelen weinig dingen zo goed als jezelf op die manier fout bewijzen. De meeste dingen die het waard zijn om te doen, zijn dingen waar je wat tijd in moet steken om ze onder de knie te krijgen. Maar dat betekent niet dat alles waardeloos is tot je ergens goed in bent.


Door social media en de algemene invloed van het kapitalisme zijn we kunst meer gaan waarderen voor het eindproces. Iets dat je kan vertonen en likes, aandacht en/of geld mee kan krijgen. Maar wat daarmee nog weleens uit het zicht raakt is het proces. Al de schetsen en oefeningen die een maker deed om het uiteindelijke werk te kunnen presenteren. Hierdoor is het makkelijk om te denken dat wanneer je niet produceert op het niveau van de mensen die je ziet, je gewoon simpelweg niet goed bent of “niet kan tekenen.”


“Ik kan niet tekenen” is iets dat ik vaak hoor vanuit alle leeftijden en kringen. En vaak stel ik ze dezelfde vraag. “Kan je een potlood bewegen? Want dan kan je tekenen.” Mensen zijn zo snel met zeggen dat ze iets niet kunnen, wanneer ze eigenlijk bedoelen “ik kan dit niet op het niveau dat ik zou willen.” De schaamte dat ze niet goed genoeg zijn, weerhoudt ze ervan om te doen wat ze wel kunnen. 


Ze vinden mijn tekeningen dan leuk, maar ze hebben geen idee dat ik ook niet kan tekenen. Ik heb vrij weinig verstand van klassieke tekenvaardigheden zoals diepte, perspectief, verhouding ect. Er zijn zat manieren waarop je mijn tekeningen als lelijk zou kunnen beschrijven, vele daarvan zou ik niet eens als een belediging beschouwen. Ik ben erg comfortabel met het idee dat ik lelijke tekeningen maak. Ik geniet er zelfs van. Ik geloof er niet in dat schoonheid of gelijkheid aan de waarneming de enige maatstaven hoeven te zijn in het maken van kunst.


-Een Zelfportret, River Roest, 2023


Dat wil niet zeggen dat er niks te leren valt in het maken van kunsten. Technische vaardigheid kan nog steeds enorm helpen in het realiseren van het beeld dat je in je hoofd hebt. Maar het is niet alles. Kunst maken mag ook speels en onverwachts zijn. Het is experiment en onderzoek. Lekker met materialen knoeien en nieuwe combinaties ontdekken. Er is niks mis met leren uit een boek, maar het is jammer om een scheidslijn te creëren tussen goed genoeg en niet goed genoeg. Want in de realiteit ben je nooit “goed genoeg.” Als je echt een passie hebt voor beter worden in de kunsten, dan zullen je standaarden bijna altijd sneller groeien dan je capaciteiten, en wat het betekent om “goed genoeg” te zijn zal altijd een stapje van je verwijderd zijn. Dat klinkt misschien heel tragisch maar dat hoeft het niet te zijn. Het duidt enkel aan dat je groeit.


Soms is het beter om dan even achteruit te kijken om te zien hoe ver je bent gekomen, dan om te focussen op waar je al zou willen zijn. Dat is misschien een beetje cliché, maar het is gewoon waar.


- “Sad me”, River Roest, 2011 


Alles waarvan mensen zeggen dat ik er goed in ben en zij niet is iets dat ik heb geleerd te doen. Schrijven, tekenen, animeren, ik was er allemaal bagger in, en vanuit bepaalde perspectieven ben ik er nog steeds bagger in. Er zijn een hoop dingen die ik eigenlijk helemaal niet zo goed kan, maar ik doe het toch gewoon, en jij kan het ook gewoon doen.


Wat ik nou zo jammer vindt aan het gebruik van AI, is dat je je overgeeft aan dat wat je onmogelijk acht aan jezelf. “Ik kan niet tekenen, dus dan maar een afbeelding genereren. Ik kan niet schrijven, dus dan maar naar ChatGPT.” Wanneer je  AI gebruikt om iets te doen, impliceer je ook dat je zelf niet goed genoeg bent, een spirituele aanval op je eigen capaciteit als mens. Het is helemaal niet erg om ergens nog niet zo vaardig in te zijn, maar als je het nooit aangaat dan blijft dat ook altijd zo. En dat is een keuze die je kan maken, je hoeft neit overal goed in te zijn. Maar voorstanders van AI kunst pleiten er vaak voor dat AI de kunsten meer toegankelijk maakt. Maar de kunsten waren altijd al toegankelijk, het is enkel onzekerheid over de kwaliteit van hun werk die ze op de rest van de wereld projecteren. Iedereen kan al kunst maken, maar misschien niet op een manier die jij als waardevol acht.


Hoewel ik ook geloof dat er goede mogelijkheden zijn voor AI om ons leven makkelijker te maken, denk ik niet dat alles makkelijker zou hoeven te zijn. Niet alles dat vaardigheid, oefening en/of tijd kost hoeft versimpeld te worden. Als mensen zich aan AI vergrijpen omdat ze al hebben besloten dat ze niet kunnen tekenen, dan zie ik dat als een verlies voor de mensheid. 


Pak gewoon eens wat materiaal op en ga een tijdje oefenen. Het zal je verbazen wat je allemaal kan bereiken als je het echt probeert.


Reacties