Wat kunnen we leren van de kunst?

Voorwoord

 

In een van mijn lessen hier bij de docent-op-maat opleiding werd er gevraagd: “Wat moet ik zeggen als mij wordt gevraagd wat de waarde van kunst is?” De sfeer in de klas was dat deze vraag enorm moeilijk te beantwoorden was. Dit verbaasde mij nogal. Natuurlijk is er geen perfect, correct, universeel antwoord, maar ik had toch wel een persoonlijk antwoord verwacht van de meeste. 


Voor mij was het vrij duidelijk. “Om te leren over kunst is om te leren over de wereld.” Kunst is niet een afgekaderd aspect van de samenleving. Kunst zit verweven in de samenleving, het beweegt mee met, en reageert op dat wat er gebeurt in de wereld. Er is kunst gemaakt over elk onderwerp dat je je maar kan bedenken. Door je te verdiepen in de kunsten kan je toegang krijgen tot nieuwe perspectieven die soms moeilijk te verwerken zijn aan de hand van de droge materie. Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar abstractie kan je dichter bij de realiteit brengen wanneer de realiteit tekortschiet.


Wanneer een kind niet kan praten, gebruikt deze de kunst als een poging tot communicatie. Al sinds het begin van de mensheid, gebruiken we de kunsten om te communiceren en verbintenissen te vinden. Het maken van kunst zou niet verantwoord moeten hoeven worden 


Wanneer er wordt gevraagd om een pleidooi te geven voor het belang van de kunsten, hoor ik mensen vaak praten over het belang van creativiteit in het kantoor, of hoe er zat banen zijn voor beeldend makers in marketing bureaus of dat elk bedrijf een grafisch vormgever nodig heeft. En hoewel deze dingen misschien waar zijn, is dat niet de manier waarop ik het belang van de kunsten wil verdedigen. Om dat te doen is om toe te geven aan een kapitalistisch beoordelingsmodel dat de waarde van kunst meet in de capaciteit om andere takken van de samenleving, en daarbij voornamelijk kapitaal, te ondersteunen. De kunsten zijn niet belangrijk omdat ze nuttig kunnen zijn op kantoor, de kunsten zijn belangrijk omdat ze deel uitmaken van de essentie van wat het betekent om een mens te zijn. De kunsten zijn een extensie van ons verlangen naar gemeenschap en om met de wereld te communiceren.


Er zijn een hoop uitgangspunten en perspectieven waaraan ik geïntroduceerd ben via de kunsten. Dit verschilt van de Bosnische genocide, tot gender ervaringen, tot iemand die graag een videospel uitlicht waar ze interesse in hebben.


Op de festivals die ik heb bezocht in het verleden heb ik enorm veel waardevolle films gezien van een diverse groep makers. 


​​

            Blush - An Extraordinary Voyage, Iiti Yli-Harja, 2022


Zo zag ik tijdens Kaboom 2023 de film Blush - An Extraordinary Voyage van Iiti Yli-Harja. De film geeft een bijzonder rouwe kijk in de queer ervaring. Dit wordt noch gedramatiseerd, noch verbloemd. De film gaat over hoe het is om je niet gender conformerend te willen uiten. In dit geval gaat het over Fatu, een jongen die make-up wil dragen in het openbaar. Een simpele maar gelaagde ervaring. De audio komt van een opgenomen gesprek dat in de auto onderweg naar een supermarkt plaatsvindt. In de film wordt het verbeeld als een ruimtereis waar ze hun best moeten doen om de boel onder controle te houden, om zo het imposante gevoel over te dragen. In de film krijg je een innig kijkje in zijn belevingswereld. Ze praten samen over hoeveel schijt ze hebben aan hoe mensen naar hem gaan kijken. Ze lachen en grappen samen, maar naarmate ze dichterbij komen slaat de sfeer langzaam om. Fatu begint te twijfelen of hij dit wel moet doen en vreest hoe hij behandeld gaat worden. Het bravado van de twee slaat over in angst.


De film stelt ons in staat om met Fatu mee te leven, om ons een deel te laten voelen van zijn wereld en de angsten die hij voelt. Als iemand die ook buiten zijn genderexpressie treed, voelt de angst die hij voelt zeer oprecht en herkenbaar.


Afbeelding met Kraal, kunst, zwart-wit

Automatisch gegenereerde beschrijving

            Kara Walker, Imposter Syndrome, 2020


Amerikaanse kunstenares Kara Walker houdt zich bezig met wat het betekent om zwart en/of een vrouw te zijn. Ze onderzoekt dit door middel van een breed aantal technieken en stijlen. 


In haar werk Imposter Syndrome, dat werd vertoond op de A black hole is everything a star wants to be tentoonstelling in 2022  onderzoekt Walker de witte perceptie van de zwarte mens. Een ring van stereotypes vormt zich rond de leegte in het midden van het werk. De stereotypes vormen een kader zonder inhoud. Het kadert de manier waarop de witte mens denkt over de zwarte mens, zonder dit kader op te vullen met iets van waarde. In dit werk worden we geconfronteerd met hoe de witte mens voor het grootste deel van onze moderne geschiedenis heeft bepaald wie de zwarte mens is in onze samenleving. Een geschiedenis van onderdrukking en karikaturen heeft de zwarte mens een opbouw van de eigen cultuur en geschiedenis ontnomen.


Ik denk dat mensen die niet in kunnen zien hoe ze iets van de kunsten kunnen leren, het soort mensen zijn die niet bereid zijn om zich te engageren met uitdagender werk. Zowel in hun eigen werk als in het werk dat ze beschouwen. In mijn essay Niet Alles Is Kunst ga ik in op wat in mijn ogen noodzakelijk is om iets kunst te kunnen noemen en hoe we het werk dat we maken kunnen beschouwen. Daarin stel ik dat kwetsbaarheid één van de, als niet het belangrijkste aspect van de kunst is. Kunst zonder kwetsbaarheid wordt een oppervlakkige uiting van kundigheid. Dan verlaten we de wereld van de kunst en belanden we in de wereld van het product.


“Wanneer een maker iets van zichzelf in het werk stopt, creëert dit kwetsbaarheid. Deze kwetsbaarheid stelt het publiek in staat om een connectie te vormen met de maker. Deze connectie vormt een emotioneel risico voor de maker aangezien dit ook een kans schept voor het publiek om de maker af te wijzen wanneer het werk wordt afgewezen. Dit risico vormt dan ook het spanningsveld waarbinnen kunst tot leven komt.”


-River Roest, Niet Alles is Kunst, 2023


Ik zal proberen om niet al te veel te herhalen vanuit deze tekst, maar de connectie zal er zijn. De gedachte dat kunst niet iets van waarde is om over te leren is immers een tak van de commercialisatie van de kunsten. Als we de kunsten zien als niets meer dan een collectie technieken dan kan er ook vrij weinig van geleerd worden als iemand niet de wens heeft om zelf een maker te worden. Maar als we de kunsten zien als de culturele reflectie die het is, met alle inherente waarde die daar bij komt kijken, dan wordt de vraag; `Waarom zouden we over kunst moeten leren?’ zo absurd als de vraag; ‘Waarom zouden we over geschiedenis moeten leren?' 


Wanneer scholen alleen les geven in techniek gericht maken, leren ze niet wat de daadwerkelijke waarde is van de kunsten. Leerlingen moeten in aanraking komen met diverse kunst, met speelse kunst, met kunst die dicht bij ons leeft. Wanneer er alleen wordt gefocust op een historisch canon, kan het lijken alsof de kunsten hun eigen wereldje zijn, een wereldje waar menig student geen interesse in heeft. Maar voor elke niche interesse is er een kunstwerk. Voor elk uitgangspunt in elke periode. Toen ik zelf op ArtEZ werd geïntroduceerd aan een veel breder spectrum dan het werk dat in het Rijksmuseum in Amsterdam hangt, begon ik pas in te zien dat het soort werk waar ik interesse in had ook leefde in de kunstgeschiedenis. Dat er zoveel meer was dan alleen de technische competentie van de Hollandse meesters.


NFF Studenten competitie 5

In een bioscoopzaal omringd door makers, hun familie en film-enthousiasten nam ik mijn plaats in Kinepolis voor de screening waar ik deel van uit maakte. In dit blok heb ik een aantal fantastische films gezien van enorm getalenteerde makers. Ik hou in het bijzonder van korte studentenfilms. De films die gemaakt worden zonder noodzaak om geld te verdienen, waar studenten alles op alles zetten om hun studie met een klapstuk af te ronden. Bij de meeste festivals waar ik kom, probeer ik er zo veel mogelijk te kijken.

Doodzwijgen van Lisa Hukker is een film over hoe het is om de nabestaanden van een NSB'er te zijn. Een perspectief waar ik nooit echt eerder over na had gedacht. 

Het toont de schaamte die meerdere generaties tot op vandaag nog steeds raakt. De rancune tegen de manier waarop de kinderen van NSB’ers behandeld zijn. Hoe de zonden van hun vaders ze van hun menselijkheid heeft beroofd. Toegegeven, de documentaire was enigszins ongefocust en als geheel niet zo sterk. Maar het gaat er hier niet per se om of een werk nou “goed” is, want zelfs als een werk niet helemaal goed functioneert, betekent het nog niet dat er niks te winnen valt. De beelden van een supportgroep voor nabestaanden van NSB’ers geven an sich al een waardevol inzicht in hun belevingswereld.


De film Silent Waters van  was een enorm impactvolle film over de Bosnische Genocide. Deze film plaatst ons weer in de belevingswereld van iemand die ondervindt hoe diens land tegen hen keert. 


“Bosnië en Herzegovina, april 1992. De Bosnische Amir, Nada en hun dochter Lejla zijn goed bevriend met hun Bosnisch-Servische buren. Op Lejla's verjaardag komen zij langs voor een diner. Die avond slaat de goede sfeer plotseling om, vanwege een gespannen gesprek over politiek. Ook ontdekt Lejla daarna snel wat het betekent om tot een bepaalde etniciteit te behoren. In de weken die volgen lopen de spanningen levensgevaarlijk hoog op.”


https://www.filmfestival.nl/en/film/silent-waters


In deze film ervaren we weer de kracht van het medium. De film plaatst ons in dat huis, we voelen de spanning van een wereld die zich tegen ons keert. En we zien dit keer op keer gebeuren in de wereld. Hoe bepaalde groepen mensen zich langzaam of ineens hun leven niet meer zeker kunnen zijn in een omgeving die ze als hun thuis beschouwen.


We kunnen een nieuwsbericht intellectueel begrijpen, we zijn een dodental op het nieuws of horen over een vreselijk verhaal, en we weten, dat is slecht. Maar in de kunsten worden we emotioneel in hun positie geplaatst. Worden we meegenomen in de belevingswereld van mensen die we anders af zouden schrijven. 


“Dat kan ik ook wel”

Wanneer we ons engageren met diverse kunst, creëren we een grotere kans dat we onszelf er in herkennen, zowel in techniek als inhoud. Het is makkelijk om te denken dat de kunsten niet voor jou zijn als je alleen de werken in het Rijksmuseum ziet. Maar wanneer we onze blik verbreden is de kans erg klein dat er niks te vinden is dat we ook wel zouden willen proberen.  


Voor mij is het altijd een magisch moment als ik iets zie en bij mezelf denk, “dat kan ik ook.” Deze zin heeft vaak een neerbuigende connotatie. ‘Omdat ik het kan, zou dit werk niet getoond moeten worden.’ En ik snap die houding niet, is het niet spannend dat jij iets zou kunnen dat openbaar vertoond wordt? Als ik denk “dat kan ik ook” dan krijg ik zin om te maken. Ik wordt soms zenuwachtig dat ik in een museum of bioscoopzaal ben en niet meteen aan de slag kan.


Dit “dat kan ik ook” gevoel is juist wat ik zou willen cultiveren bij mijn studenten. Ik wil ze introduceren aan kunsten waar ze zichzelf in kunnen zien, als persoon en als maker. Ik zie het als een ander ding dat we kunnen leren van kunstbeschouwing. De kunsten zijn geen onmogelijke doelen, weggelegd voor de grote meesters van de geschiedenis, de kunsten leven op alle lagen van de samenleving. 


Tomorrow I will become an Island, een expositie van Coco Fusco


Tomorrow I will become an Island is een tentoonstelling van Coco Fusco die ik bij heb mogen wonen tijdens mijn reis naar Berlijn. Deze tentoonstelling bestond uit een serie anti-koloniale films die zich onder andere focussen op het ontmantelen van het idee van “de ander”. Een van de films die mij sterk is bijgebleven is Two Undiscovered Amerindians visit the west, een documentaire over een performance van Fusco in samenwerking met kunstenaar Guillermo Gómez-Penã. Deze documentaire zit bomvol materiaal om op te reflecteren en vormt een scherpe kritiek op de manier waarop het westen zich engageert met niet-westerse culturen. De documentaire bestaat uit een serie performances waarbij Fusco en Gómez-Penã zich kleden als stereotypische inheemse mensen, met beeldende kenmerken vanuit allerlei culturen. Ze presenteren zich als een niet eerder ontdekt volk genaamd de Amerindians, uit een niet eerder ontdekt land genaamd Guatinau. 


Coco Fusco and Guillermo Gómez-Peña, Two Undiscovered Amerindians Visit the West, 1992. Photo: Nancy Lytle


De documentaire sterkt de performances aan met beelden van interviews met omstanders waarin ze verschillende reacties op het tafereel laten zien. Velen waren meteen bereid om wat ze zagen als een waarheid te accepteren. In de reacties zien we een reflectie van de samenleving, hoe bereid ze zijn om deze vulgaire parodie van iemand buiten de westerse samenleving te accepteren als een realiteit. Sommige waren overstuur over hoe deze mensen behandeld werden, sommige probeerden de gaten in logica in te vullen. Zo vroeg één van de toeschouwers zich af hoe deze vrouw haar benen kon scheren in de jungle, waarop een vriend van hem antwoordde dat hij had gelezen dat ze hun haar er met de hand uit trekken. 



Naast de reacties en beelden van de performance bevat de documentaire ook beelden van daadwerkelijke vergelijkbare attracties waarbij inheemse mensen in kooien tentoon werden gesteld als beesten. Deze shows hadden titels als “The five negros with the thickest lips” en andere denigrerende omschrijvingen. Hierdoor wordt het duidelijk dat deze cartoonesque vertoning van een inheems volk niet geboren is vanuit een karikatuur van de cultuur, maar vanuit de glasharde realiteit van ons Westerse verleden. Met dit project kijken Fusco en Gómez-Penã de ongemakkelijke geschiedenis recht in de ogen zonder weg te kijken.


In het bijbehorende boek met dezelfde titel als de tentoonstelling zegt Fusco het volgende.


“So much of my endeavor over the past three decades has been devoted to relaying, recalling, interpreting, and embodying those who have occupied the place of the other in Western culture. To considering the presence and absence of others. To interrogating otherness, unmasking the the practices of the subjection that undergird the seemingly genteel appreciation of diversity. In the territories that I roam, fictions that cannot be disentangled from reality or truth.”

Coco Fusco, Tomorrow, I will be an island pg. 9, 2023


Hierin ligt één van de krachten van de kunst, om dat te bevragen wat we als normaal beschouwen. Om de platgestampte grond van onze aannames over de wereld eens op te schoffelen en plaats te maken voor vruchtbare nieuwe ideeën. Om ons aan het denken te zetten over ons leven en de wereld die we bewonen. Dit is ook terug te zien in wat curator Olga Viso te zeggen heeft over de impact die het werk op haar heeft achtergelaten. 

“The encounter with Fusco and Gómez-Penã’s art early in my career spurred me to think critically about how I chose to self-identify. As the sole Spanish speaker ad one of the few individuals who represented any kind of cultural diversity in my museum workplace in 1993, I was sensitized to how I was being framed by institutions, and, frankly, often used, by white establishment culture to advance the appearance of diversity absent any underlying commitment to effecting change.”


Coco Fusco, Tomorrow I will be an island pg. 17, 2023


Dit moment van connectie hoeft niet alleen plaats te vinden bij de toeschouwer, maar kan ook voorkomen bij de maker. Toen filmmaker Vincent Sparreboom besloot om zijn relatie met zijn moeder te onderzoeken in zijn korte film Mama Mania, kwam hij er achter dat zijn ervaringen een naam hadden en niet uniek aan hem waren. 


“Toen de film vertoond werd op filmfestivals, kwamen er steeds meer reacties op. Journalist Mariska Graveland duidde in de Filmkrant de relatie met mijn moeder als parentificatie, als een omgekeerde ouder-kind relatie. Toen ging er opeens een wereld voor me open. Ik ontdekte dat er alleen al in Nederland zo’n 500.000 kinderen in een vergelijkbare situatie zitten waar parentificatie vaak een rol speelt.”


https://www.2doc.nl/documentaires/2022/08/at-the-feet-of-my-mother.html (opgehaald 19-01-2023)


Door het maken van zijn kunst kon hij zelf ook in contact komen met anderen en de wereld. Om kunst te maken is ook om te onderzoeken. Om te besluiten dat wat je ziet in de wereld er genoeg toe doet om er meer tijd en aandacht in te steken. De kunsten helpen ons om onze relaties van een andere kant te bekijken. In zijn boek Why Marx was Right, schrijft schrijver Terry Eagleton het volgende:


“Socialists often speak of oppression, injustice and exploitation. But if this were all humanity had ever known, we would never be able to identify these things for what they are. Instead, they would simply seem our natural condition. We might not even have special names for them. To see a relationship as exploitative, you need to have some idea of what a nonexploitative relationship would look like.”

Terry Eagleton, Why Marx Was Right pg. 84, 2011

Wat Eagleton hier zegt gaat over de Marxistische relatie tussen arbeid en kapitaal, maar ik denk dat dit sentiment kan worden toegepast op elke relatie of situatie waar je je in kan bevinden. Wanneer je opgroeit en de wereld ontdekt, is het moeilijk om te weten wat normaal en/of ethisch is. Zowel in je interpersoonlijke relaties als je positie in de samenleving, kan het moeilijk zijn om te weten wanneer je je in een ongezonde, of uitgebuitte positie bevindt.

De kunsten geven ons een manier om van buitenaf te reflecteren op onze eigen situatie en er met andermans ogen naar te kijken.

“Skin in the Game”


Een andere tentoonstelling die ik in de afgelopen periode heb bijgewoond was een tentoonstelling genaamd skin in the game. Deze tentoonstelling ging over een moment in de carrière van een kunstenaar waarbij ze het gevoel hadden dat ze iets op het spel hadden gezet. De momenten waarop ze hun kwetsbaarheid hadden getoond, iets controversieel hadden gedaan en/of weg waren gestapt van hun veiligere/commerciëlere werk.


“The six artists are not connected through a common theme, style, or political stance. What links them to one another is that moment of skin in the game, when each of them decided to become an artist, to enter the Hades of an uncertain existence, and the Heaven of aesthetic experiment.”


https://www.kw-berlin.de/en/skin-in-the-game-curatorial-text/ (opgehaald 04-01-2024)


Het was een bijzonder menselijke tentoonstelling. We neigen in het beschouwen van kunst ons nog wel eens te focussen op het product, en hierbij vergeten we soms het proces. Dit kan ervoor zorgen dat we de kunsten beschouwen als iets magisch, of een product van een onhaalbaar genie. Maar de kunsten komen tot stand met vallen en opstaan. Veel van het creëren van kunst gaat om fouten maken en risico's nemen.


Ook de curator, Clémentine Deliss, besloot om kwetsbaarheid te tonen door haar gehele gedachteproces over het opstellen van de expositie, onderdeel te maken van de expositie zelf. Een enorm vel met schrijfsels, afbeeldingen en kernwoorden hing aan de wand. In haar proces kon je ook de discussies zien die ze met zichzelf had gevoerd. Eerder geschreven zinnen werden in rode inkt bekritiseerd door een iets oudere versie van haarzelf.


Door tentoonstellingen als deze zien we dat de kunstenaar niet wordt gekenmerkt door ideeën die niemand anders kan hebben, maar door het serieus nemen van ideeën die iedereen kan hebben. Voor mij is dat de belangrijkste eigenschap van een kunstenaar, om diens eigen fascinatie te zien als iets dat het onderzoeken waard is. 


Naast de werken zelf heb ik ook de rondleiding door deze tentoonstelling als erg inspirerend ervaren. Degene die de tour gaf had duidelijk een sterke affiniteit met de werken die vertoond werden. Er werd erg organisch verteld, zoals een vriend met een nieuwe interesse tegen je praat. Museum cultuur is vaak erg klinisch en elitair, maar hier kwam alles prachtig samen om dat te ontmantelen. De ruimte was dissonant en industrieel, met kleine restjes hier en daar van een vorige expositie. 


De medewerker vertelde dat de curator had besloten dat ze wou dat de ruimte zo min mogelijk voor haar aangepast zou worden, zodat zij zou moeten inspelen op de natuurlijke staat van de ruimte. Ze vond dat er daardoor een betere synergie zou ontstaan tussen de ruimte en de werken. Daarnaast vond ze ook dat het geld dat besteed zou worden om de ruimte te witten beter aan de kunstenaar betaald zou kunnen worden voor hun werk. En dat vind ik ook iets erg moois.


Nawoord


Ik denk dat er vanuit deze vrij losse collectie van gedachten, toch een redelijk helder beeld geschept kan worden van de manier waarop ik naar de kunsten kijk, en waarom ik deze als waardevol en leerzaam beschouw. Deze waarde is zelden empirisch van aard en kan daardoor ook maar moeilijk bewezen worden. Maar zoals ik ook al eerder heb beschreven, keer ik dat verlangen tot bewijs principieel de rug toe. De waarde van de kunsten is een filosofisch geloof, een wederzijds vertrouwen tussen maker en beschouwer. Je beschouwing van de waarde van de kunsten staat in direct verband met de manier waarop je naar de menselijke aard en de structuur van de samenleving kijkt. In een kapitalistische, profijt gedreven samenleving die streeft naar pure efficiëntie, zijn de kunsten ook nutteloos. Ze houden ons niet warm, gevoed of gehydrateerd. Ze maken onze lichamen niet sterker en ze maken ons niet minder moe. De kunsten kunnen alleen waarde hebben wanneer je gelooft dat menselijke expressie inherent waarde heeft. Dat niet alleen efficiëntie en het praktisch effect er toe doen. Dat je waarde ziet in het menselijk verlangen tot verbintenis en begrip. 

Daarom wil ik ook het onderwijs in, om volgende generaties te laten zien dat hun passie niet “nuttig” hoeft te zijn om waarde te hebben. Dat menselijke expressie waardevol an sich is. Dat er een plek voor hen is in de kunsten en dat ze hun eigen ervaringen als belangrijk en interessant genoeg mogen ervaren om er kunst van te maken. Of die kunst nou bestemd is voor musea, of simpelweg om verbindingen te maken met de mensen om je heen.  

Reacties

Populaire posts van deze blog

Het gemak van AI en wat we verliezen

Waar was ik gebleven?

CEOver