Het illegale monument dat de duistere geschiedenis van Nederland naar het heden bracht

Op de nacht van 29 op 30 juni 2023, werd Vlissingen geïntroduceerd aan een monument om de slavernij te erdenken. Het monument was in het holst van de nacht door initiatiefnemer Angelique Duijndam, en kunstenaar Zeus Hoenderop, illegaal op de boulevard in Vlissingen geplaatst. Deze keuze was gemaakt nadat gemeente Vlissingen tegen het plaatsen van zo'n monument had gestemd. Duijndam had zich op dit punt al een lange tijd ingezet voor het plaatsen van een monument dat aandacht zou vestigen op het slavernijverleden, dit omdat Vlissingen een significant deel van haar welvaart te danken heeft aan dit verleden.


“Het monument is een gouden kom op een zilverkleurige pilaar van ongeveer anderhalve meter hoog, met daaronder een scheepsketting. "De ketting is een metafoor voor de slaven die geketend waren, maar ook de schakels die ons allemaal verbinden", zegt kunstenaar Zeus Hoenderop.”


Doordat het monument gelijk loopt met de muur, is deze niet te zien vanaf de andere kant van deze muur. Pas wanneer een toeschouwer besluit om een actieve rol te spelen in het monument en de kom van zijn plek te tillen, kan deze zichtbaar worden gemaakt. Hierdoor vormt het monument een passend geheel met de locatie. De kunstenaar maakt goed gebruik van de omgeving om hiermee het narratief van het monument uit te drukken. 


In 2021 werd het plaatsen van het monument besproken, na een onderzoek naar het aandeel van Vlissingen in het slavernijverleden. Duijndam pleitte dat de individuele rol van Vlissingen zijn eigen monument verdiende. Het plaatsen van dit monument werdt afgewezen omdat er in Middelburg al een slavernij monument is dat spreekt voor het Zeeuwse slavenverleden als een geheel.


Twee jaar later was er nog steeds geen sprake van een monument. Duijndam, nu ex-gemeenteraadslid, besloot om het lot in eigen handen te nemen en plaatste het monument illegaal. In eerste instantie leken de lokale bewoners een goede indruk te hebben van het werk. Het werd zowel visueel als inhoudelijk goed ontvangen. Maar een dag later was het werk beklad met nationalistische en racistische propaganda stickers en graffiti. Duijndam en Hoenderop gaven als reactie dat de omgang met het monument haar noodzaak bewees.


Enkele dagen later werd door de gemeente besloten dat het werk verwijderd zou worden, in grote teleurstelling van de plaatsers. Ook ik ben teleurgesteld in de uitkomst van dit verhaal. Toen ik over dit monument hoorde dacht ik dat het een prachtige symbiose met de omgeving vormde. Het interactieve element zorgt ervoor dat de toeschouwer actief betrokken wordt bij het werk, op dezelfde manier dat we vaker actief ons slavernijverleden zouden moeten erkennen. Om een interactie te hebben met het werk is om een interactie te hebben met ons slavernijverleden.


Deze situatie zet mij aan het denken over de omgang met de publieke ruimte. Hoe besluiten we wat wel en niet vertoond mag worden in het openbaar? Kunst in de openbare ruimte zou toegankelijk moeten zijn voor allen. Als een raad besluit wat wel en niet getoond mag worden in het openbaar, hoe maken we werk dat tegen die raad aan schuurt dan zichtbaar? Nu staat dit werk in een museum, afgekadert van het alledaagse leven, waar het niet kan confronteren. Het werk is beschermd van de buitenwereld en de buitenwereld is beschermd tegen het werk.


Maar hoe verhoudt zich dat tegen het openbare vertoon van verzet tegen het werk, moet dat dan ook worden toegestaan? Misschien wel. Misschien moet dat soort directe afkeer ook zichtbaar zijn. Misschien is het goed dat er werk is in het openbaar dat de duistere kant van de Nederlandse identiteit laat zien.


In het algemeen discours over Nederland wil menig mens nog al te graag pretenderen dat zaken als racisme en homofobie geen rol meer spelen in deze tijden, of dat Nederland nog steeds een progressief land is. De omgang met dit monument is een teken van het tegendeel. De zichtbaarheid van de aversie tegen representatie is op zijn eigen manier een belangrijk onderdeel van een realistische verbeelding van de Nederlandse mentaliteit en de ontkenning van onze rol in het destabiliseren van een groot deel van de wereld, tijdens onze exploitaties in de gouden eeuw.


Deze gesprekken worden zo vaak online gevoerd waar de impact van de bijbehorende ideologie vaak in het abstracte blijft. Maar om het zo in de realiteit te zien, raakt de mens anders. Het toont ons de realiteit van de haat die in Nederland bestaat.


Bronnen







Reacties

Populaire posts van deze blog

Het gemak van AI en wat we verliezen

Waar was ik gebleven?

CEOver