Gedachtes over kinderen, opvoeding en educatie

Als het de wens van macht is om genormaliseerd te worden, dan zou je kunnen zeggen dat geen vorm van macht zo geslaagd is als de relatie die de volwassene heeft met het kind. De macht die een volwassene heeft over een kind is zo vanzelfsprekend dat de meest vergelijkbare relatie kan worden gevonden in de relatie tussen mens en huisdier.

Geen enkele andere machtsverhouding vereist zo weinig onderbouwing voor zijn bestaan. Bij een traditionele kijk op opvoeding wordt er veel nadruk gelegd op concepten als gehoorzaamheid en discipline. Het kind doet wat de volwassene vraagt en doet dit zonder vragen te stellen. Een goed kind is een kind dat doet wat het verteld wordt.



Deze obsessie met gehoorzaamheid zien we ook terug in ons onderwijssysteem, waarbij kinderen al vanaf jonge leeftijd worden getraind om te leren dat gehoorzaamheid ze verder zal brengen in het leven om zo goede arbeiders en soldaten te vormen voor kapitaal. Een kind dat leert om te begrijpen is immers een veel minder productieve werknemer dan een die orders opvolgt en geen vragen stelt.


Kinderen spenderen een enorm deel van hun leven in een machteloze positie. Ouders, docenten en andere willekeurige volwassenen hebben allemaal een inherente macht over het kind waar deze weinig tegenspraak voor heeft. Er zijn nog zat kringen waarin het bijvoorbeeld als volkomen acceptabel wordt gezien om het kind een “corrigerende tik” te geven. Dit is misschien niet meer institutioneel het geval, maar om te zeggen dat het gedenormaliseerd is zou ik een geestelijke rekoefening noemen.


Maar naast fysiek geweld is er ook een hoop geestelijk geweld dat als volkomen acceptabel wordt gezien. Ik zie veel ouders en docenten schaamte gebruiken als een educatiemiddel of een vorm van discipline training. In de praktijk zie ik hier weinig positieve didactische of pedagogische effecten uit voorkomen. Wat het vaak wel is, is een verstoring van de les, een aanval op de leerling vanuit de docent op het moment, maar ook een manier om de leerling kwetsbaar te maken voor aanvallen van andere leerlingen. Als de docent een leerling mag aanvallen, dan zet deze daarmee ook het voorbeeld voor de andere leerlingen.


Denk hierbij aan een leerling openlijk te schande stellen voor het niet maken van huiswerk. In plaats van deze leerling in privé aan te spreken, kiest de docent ervoor om zijn stem te verheffen en de klas om aandacht te vragen zodat er gefocust kan worden op de tekortkomingen van een leerling. Deze manier van handelen creëert een sfeer van wantrouwen en verwijten. De docent heeft niks gedaan om de kern van het probleem te ontleden, en heeft het voortouw genomen in het scheppen van een onveilige leeromgeving. Daarnaast heeft deze de les verstoord voor de andere leerlingen en sfeer in het lokaal verzuurd. Het enige “positieve” effect van dit vertoon van dominantie is dat de docent duidelijk heeft kunnen maken dat deze macht heeft over de leerlingen, en dat andere leerlingen deze macht beter niet in twijfel kunnen trekken als ze niet in eenzelfde positie willen belanden.


Deze relatie tussen volwassenen en kind zet de toon voor de rest van het leven. Wat wordt genormaliseerd in de jeugd, bed zich in de geest als “de manier waarop dingen zijn.” Deze opvattingen over de wereld kunnen zich dan nestelen als de acceptabele realiteit, totdat deze later in het leven weer opgegraven en ontleed worden. Wanneer deze dingen later niet bevraagd en onderzocht worden lopen we het risico om fouten in onze eigen opvoeding door te voeren in de opvoeding van onze eigen kinderen, een concept dat bekendstaat als generatie trauma. Zo zullen bijvoorbeeld volwassenen die zelf als kind geslagen zijn, het als normaal gaan beschouwen om hun eigen kinderen ook te slaan, ze zijn daar immers zelf ook mee opgegroeid, en zij functioneren prima toch? Maar ik zou zeggen dat deze mensen niet prima functioneren. Hun opvoeding heeft ze gevormd tot volwassenen die denken dat geweld een acceptabele manier is om mensen te controleren.


Nu wil ik niet zeggen dat er geen waarde te vinden is in regels. Structuur is nog steeds belangrijk voor een kind. Maar wanneer we het kind als een ander persoon gaan zien, kunnen we “regels” misschien beter conceptualiseren als “grenzen”. Het concept dat een kind leert wanneer deze zich aan de regels houdt “omdat dat is hoe het hoort” is gehoorzaamheid. Volg de regels en stel geen vragen. Maar wanneer we een kind leren over grenzen, leren we het kind over empathie. Een kind leert dat ouders grenzen aangeven, en dat deze gerespecteerd moeten worden, maar daarin leert deze ook dat het kind grenzen aan mag geven die door de ouders gerespecteerd worden. Het kind mag aangeven dat deze niet opgetild wil worden, of dat deze overprikkeld is en even alleen wil zijn, en hier wordt naar geluisterd. Hiermee krijgt het kind een betere grip op diens eigen autonomie over diens lichaam en geest.


Natuurlijk zullen er altijd situaties zijn waar de druk hoog oploopt. Je moet naar de dokter, je kind wil niet, maar er is geen tijd dus dan maar hup, huilend in de auto en weg. De realiteit conformeert zich nou eenmaal niet altijd aan de ideale opvoeding. Maar het ideaal dat we hebben voor de opvoeding informeert wel onze globale keuzes, en maakt het verschil tussen een vertoon van macht zien als een uitzondering voor een noodsituatie, of als een normaliteit waar we niet over na hoeven te denken. Het is het verschil tussen een filosofie die draait om dwang en discipline, en een die draait om begrip en autonomie.


Het is natuurlijk ook belangrijk om te onthouden dat, hoewel het kind net zo mens is als jij en ik, het een mens is dat nog heel veel moet leren en ervaren. Voor het kind is veel onbekend en daarmee vaak ook angstaanjagend. Zeker jongere kinderen hebben vaak nog een losse grip op andermans emoties en een matig gevoel van empathie, maar juist daarom is het belangrijk om ze hierin te begeleiden. We moeten zowel hun kinderlijkheid als hun autonomie als mensen respecteren en herkennen om zo volgende generaties een goede toekomst in te leiden. Kinderen die geleerd hebben om hun eigen autonomie te respecteren, zullen ook leren om die van een andere te respecteren.


Daarom denk ik ook dat er in ons onderwijs meer moet worden gefocust op begrip en toepassing dan discipline en conformisme. Veel te veel van ons onderwijs is gericht op empirische data onthouden en kunnen herhalen, en te weinig op deze informatie dan ook kunnen interpreteren en synthetiseren met het eigen gedachtegoed. De gehoorzaamheid ligt niet alleen in de relatie tussen de docent en de leerling, maar ook in de manier waarop de leerling omgaat met het dominante narratief over de wereld.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Het gemak van AI en wat we verliezen

Waar was ik gebleven?

CEOver