Vrouwen, intersectionaliteit, macht en media
“Feministen hebben aan het marxisme het intuïtieve idee ontleend dat een leven in een machteloze positie binnen bepaalde machtsverhoudingen een kritisch begrip oplevert (in eerste instantie van de maatschappelijke wereld), terwijl dat bij een leven dat wordt verzacht door het bezit van macht niet het geval is.”
-Links ≠ Woke pg. 28, Susan Neiman, 2023
Ik vind media en kunst die vanuit het vrouwelijk perspectief komt interessant. Natuurlijk heeft elk persoon zijn eigen unieke ervaring, maar door de vrouwelijke lens kan de vrouwelijke normaliteit getoond worden. Daarnaast denk ik dat we, door het vrouwelijk perspectief als beginpunt te nemen, enorm veel aspecten van de samenleving kunnen ontleden.
Nu vraag je je misschien af, “Wie ben jij, een functioneel hetero cis-man, om over vrouwen te schrijven?” En dat is een valide vraag, maar ik geloof er in dat het belangrijk is dat denken, praten en schrijven over vrouwen en het vrouwelijk perspectief, niet alleen het domein van vrouwen zou moeten zijn. Ik denk dat het in deze maatschappij belangrijk is om ons niet alleen bezig te houden met de problematiek die ons het meest direct aangaat. Daarnaast zie ik de problematiek van vrouwen niet als iets dat in isolatie bestaat en alleen vrouwen betrekt. De problematiek die vrouwen treft is een symptoom van grotere overkoepelende problemen die onze maatschappij in de ban houden.
We kunnen het niet hebben over het vrouwelijk perspectief zonder het te hebben over het patriarchaat en hoe dit invloed heeft op de levens van vrouwen. Daardoor moet er ook aandacht worden besteeds aan machtsdynamieken, en wanneer we de vrouw als gender gaan ontleden kunnen veel van de bevindingen ook door worden getrokken naar de queer gemeenschap en de implicaties die dit heeft op de constructie van de samenleving als een geheel.
Mijn interesse in het vrouwelijk perspectief stamt dus uit mijn overkoepelende interesse in (ongelijke)machtsverhoudingen, en de constructie van de maatschappij als geheel. En door met het vrouwelijk perspectief de wereld te bekijken, kunnen we veel meer van deze aspecten van de samenleving zien.
Ik geloof in de visie dat de maatschappij altijd fundamenteel in tweeën is gesplitst. De “wij” en de “ander”. Het "wij" is het dominante genormaliseerde perspectief van de wereld. Het is het perspectief van degenen die de macht in handen hebben en wordt daarmee doorgaans gepresenteerd als het perspectief dat als normaal, natuurlijk, en vaak ook als moreel goed wordt afgebeeld. Door een beroep te doen op religie, natuur of een eigen interpretatie van de wetenschap (wat vaak een beroep op natuur is met extra stappen) wordt deze macht afgebeeld als iets dat van buitenaf komt, in plaats van iets dat is verkregen en behouden door de macht houder, vaak met het gebruik van een vorm van geweld.
“How do the powerful secure compliance? Plainly, he conceived power broadly, seeking to uncover its least evident least perceptible forms. Power [...] is tolerable only on condition that it masks a substantial part of itself. Its success is proportional to its ability to hide its own mechanisms. (Foucault, 1980c[1976]: 86)”
-Power: a radical view pg. 90, Steven Lukes, 2005 (second edition, oorspronkelijk uit 1974)
Foucault was een Franse filosoof die zich veel bezighield met de het concept van macht en hoe dit is geëvolueerd over de jaren. Een concept dat mij bij is gebleven vanuit zijn werk is het idee dat macht subtieler is geworden. Dat macht veel uit niet meer wordt gehandhaafd met de dwang van een ijzervuist, maar dat macht steeds subtielere manieren vindt om zichzelf te verantwoorden en normaliseren.
Misschien heb je weleens gehoord over het concept van de slaaf, de burger en de koning. Ik hoorde voor het eerst over dit concept in de anime/manga Kaiji: Ultimate Survivor, wat ook een erg sterk verhaal is over machtsverhoudingen en de manieren waarop macht zichzelf voorzet. Het idee van de slaaf, de burger en de koning, is dat de koning de grote machthouder is. Hij heeft de welvaart in de handen en deelt hier net genoeg van met de burger dat deze gehoorzaam blijft, dan wel uit dankbaarheid of uit de angst dat deze verliest wat die heeft. De slaaf daarentegen, onderdrukt, verslagen en uitgebuit, heeft niet langer iets te verliezen en heeft hierdoor de macht om zich los te maken van de manipulatie van de koning door alles op het spel te zetten.
Deze versimpelde blik op macht kan helpen om een beginpunt te maken in anders naar de machtsverhoudingen te kijken in onze wereld. Het is niet langer in de interesse van macht om zichzelf kenbaar te maken, zoals dat met regimes uit het verleden vaak het geval was. De moderne macht vindt zijn kracht, zoals Foucault omschreef, in het normaliseren van zichzelf. Om vanzelfsprekendheid te creëren en om te zorgen dat het bevragen van deze normalisatie een taboe wordt.
“The idea [...] is simply this: that if power is to be effective, those subject to it must be rendered susceptible to its effects. Repression is ‘negative’, presumably, in saying ‘no’: it prohibits and constrains, setting limits to what agents do and might desire. ‘Production’ is ‘positive’: power in this sense ‘traverses and produces things, it induces pleasure, forms of knowledge, produces discourse’ (Foucault 1980a: 119). More specifically, it produces ‘subjects’, forging their character and ‘normalizing them,’ rendering them capable of and willing to adhere to norms of sanity, health, sexuality and other forms of propriety”
-Power: a radical view pg. 91, Steven Lukes, 2005 (second edition, oorspronkelijk uit 1974)
Maar wat heeft dat te maken met vrouwen? Nouja alles eigenlijk. “Vrouwen” als een sociale klasse zijn historisch één van de eerste groepen die als de "ander" kan worden gezien. Onze moderne maatschappij is voor een enorm deel gebouwd vanuit het mannelijk perspectief en wordt hier nog steeds door gedomineerd op veel gebieden. Een vrouwelijk perspectief is hierdoor vaak een directe bevraging van de maatschappelijke normaliteit en een bevraging van machtsstructuren. Zo zien we dit ook terug in de media en de kunsten.
Wat denk ik belangrijk is om te stellen is dat “het vrouwelijk perspectief” niet alleen draait om het biologische vrouw-zijn, maar om de sociale klasse van de vrouw. Omdat het mannelijk perspectief onze maatschappij al eeuwen domineert, zijn er ook vrouwen die dit intern hebben genormaliseerd en proberen te verdedigen. Persoonlijk vind ik dit moeilijk om te zien, omdat we in deze vrouwen niet alleen dader, maar ook slachtoffers kunnen zien van het patriarchaat. Bekende voorbeelden van dit soort vrouwen zijn Blair White, Mikhaila Peterson en Abigail Shapiro. Vrouwen die allemaal vanuit het dominante perspectief hun eigen klasse aanvallen om zo geaccepteerd te worden binnen het dominante wereldbeeld.
Deze vrouwen prediken voor de ‘norm’ zoals omschreven in het bovenstaande citaat uit Power: a radical view. Ze verkondingen een ‘correcte’ manier van vrouw zijn die vaak geworteld is in een mannelijke ideaal van wat het betekent om een vrouw te zijn. Hierin komen bescheidenheid, zuiverheid, onderdanigheid en andere soortgelijke thema’s naar boven.
Zo is Abigail Shapiro (online ook wel bekend als Classically Abby) onder andere gefocust op het idee dat het moederschap deel is van de essentie van het vrouwzijn. Dat de keuze om geen kinderen te krijgen inherent in gaat tegen de aard van de vrouw en een egoistische keuze is.
“If you think that being a mother is something that is a choice, in the sense that you could do it, you could take on this massive burden and you could take on the massive responsibility of another person's life. Or you could just continue to live for yourself and travel, and party it up and do all these things that I think are not what life is for, are not what life is truly about, then you will say that, well, maybe you shouldn’t be a parent, maybe you shouldn’t be a mother, I believe though, that motherhood is what life is for.”
“Motherhood is a vocation worthy of respect, more than not-motherhood”
-Should You Be A MOTHER?? // Actually answering the question so many of you are wondering about…
Nu wil ik zeker niet zeggen dat het moederschap, of zelfs het naleven van traditionele genderrollen, inherent bijdraagt aan patriarchale onderdrukking. Maar wat hier wel terug te zien is, is de schadelijke normalisatie van die rollen. De notie dat het moederschap geen keuze is maar het doel van het leven van een vrouw en dat het inherent zelfzuchtig is om geen kinderen te krijgen. Deze ideologie vindt zijn oorsprong in diep patriarchale ideeën, waarin de vrouw enkel nuttig is als een onderdaan aan de man, met als hoofdtaak een nageslacht voor hem creëren en verzorgen.
Anja Meulenbelt, een veelvoudig feministisch en socialistische schrijfster, politica en activiste schreef in één van haar teksten, later toegevoegd aan haar boek Feminisme en socialisme, het volgende:
“De grootste vijand zat in mezelf — mijn zelfbeeld dat me voorschreef dat ik pas de moeite waard was als mensen me aardig vonden. Dat zelfbeeld was moeilijk af te breken. Zoals de zwarte beweging de ervaring had dat zwarte mensen als bloeddorstige, redeloze, gewelddadige mensen werden gezien als ze niet langer in hun onderdanige houding vervielen, worden vrouwen aangevallen op hun gebrek aan “vrouwelijkheid”.
Gelezen in: Feminisme en socialisme pg. 63-64, Anja Meulenbelt, 1977. Oorspronkelijk uit: ‘De vijand in mijzelf’, in: Samenspel 1, Anja Meulenbelt, 1975
In dit citaat zien we terug hoe “de vrouw” overlapt met andere vormen van de "ander". Hoewel de individuele problemen anders zijn, komen ze ideologisch neer op het ingaan tegen het dominante narratief van de “wij”. Wanneer de "ander" zich buiten de acceptabele perken begeeft die door de “wij” zijn opgesteld, zal deze gestraft worden, in sommige gevallen fysiek, maar ook door sociale excommunicatie. de "ander" wordt niet gedefinieerd door wat deze is, maar door wat deze niet is, de acceptabele standaard.
Hierom is intersectionaliteit ook belangrijk. Wanneer we de individuele problemen kunnen zien als de overkoepelende problemen van de "ander" kunnen we in een grotere capaciteit samen sterk staan tegen de “wij”.
Een serie die deze intersectionaliteit van het perspectief van de "ander" goed naar voren brengt is de 2013 Netflix serie, Orange is the new black, gebaseerd op de biografie van Piper Kerman. Hoewel de serie is gebaseerd op de geleefde ervaring van Kerman, kan deze het beste worden beschouwd als een opzichzelfstaand stuk fictie. De geleefde realiteit geeft de serie een authentieke sfeer, maar de gebeurtenissen in de serie komen maar in enkele aspecten overeen met Kermans realiteit. De serie over de inwoners van een vrouwengevangenis slaagt erin om de intersectionele worsteling te laten zien van haar inwoners, en hoe verschillende vormen van onderdrukking samenkomen, gebonden door het vrouwelijk element.
“Although the protagonist is a cisgender, privileged, white female, significant screen-time is dedicated to exploring the lived experiences of women of color, queer women, trans women and working class families. These are narratives that are too often omitted from TV today.”
Zo passeren thema’s van racisme, xenofobie, queerfobie, armoede en nog veel meer thema’s de revue, gebonden door het collectieve element van wat het conceptueel betekent om vrouw te zijn, en hoe dit andere elementen van onderdrukking versterkt.
De diversiteit en het rauwe realisme in de serie zijn duidelijk vanaf de openingssequentie. Hierin worden close-up shots van een mix van de actrices, daadwerkelijk gedetineerde vrouwen en de schrijfster van de oorspronkelijke biografie met hoog detail in beeld gebracht. Met deze simpele sequentie wordt de norm van vrouwen in de media meteen op de proef gesteld. Er is geen poging gedaan om “imperfecties” te verbloemen. Rimpels, vlekken, bultjes, haartjes en andere onverbloemde realiteiten van het menszijn worden in beeld gebracht. Niet alleen dat, maar ook de diversiteit op alle fronten wordt meteen duidelijk.
In het boek Links ≠ Woke, van Susan Neiman, refereert ze naar het ideologische idee van Eleanor Roosevelt achter de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die in 1948 door de Verenigde Naties werd uitgedragen als de norm voor een menswaardig bestaan waar alle landen en volken naar zouden moeten streven.
“Alle mensenrechten [zijn] ondeelbaar en onderling afhankelijk [...]: Burgerrechten of politieke rechten, zoals het recht op leven, gelijkheid voor de wet en vrijheid van meningsuiting; economische, sociale of culturele rechten, zoals het recht op arbeid, maatschappelijke zekerheid en onderwijs; of collectieve rechten, zoals het recht op zelfontplooiing en zelfbeschikking. Verbetering bij één recht heeft positief effect op de andere. Net zo heeft het verlies van één recht negatief effect op de andere.”
-Links ≠ Woke pg. 44, Susan Neiman, 2023
Net zoals onze rechten onderling verbonden zijn, zijn ook vormen van onderdrukking onderling verbonden. Door een vrouwengevangenis als hoofdlocatie te kiezen voor de serie, kan Orange is the new black op een efficiënte doch realistische wijze een hoge concentratie van kwetsbare bevolkingsgroepen laten zien en hoe verschillende kwetsbaarheden elkaar versterken. In het zesde en zevende seizoen is er een uitgebreide verhaallijn over de deportatie en het immigratie systeem. Door de lens van de serie kreeg ik persoonlijk voor het eerst een kijk in dit aspect van de ervaringen van een illegale immigrant en de grimmige realiteit van de ontmenselijking die plaatsvindt in het Amerikaanse immigratie systeem en de manier waarop we naar immigratie kijken in zijn geheel.
Orange is the new Black seizoen 7
Het is een enorme kracht van de serie om haar personages af te beelden als vrouwen met hun eigen tekortkomingen. Wanneer er media wordt geproduceerd die sympathie wil creëren voor een gemarginaliseerde groep, kan er de valkuil ontstaan om deze groep als niets dan perfect en liefelijk af te beelden. Dan lijkt er een angst te bestaan dat het weergeven van problematiek enkel kracht zet bij het narratief van de dominante groep. Maar in de realiteit bestaat er, ook onder gemarginaliseerde groepen, een hoop problematiek.
Ik denk dat een krachtig stuk media, of kunstwerk, in staat is om de oppervlakkige problematiek weer te geven, en vanuit daar onderzoekt wat de onderliggende oorzaak is van deze problematiek. Alle vrouwen in Orange is the new Black zijn criminelen, en sommige hebben best hevige misdaden begaan, en toch weten ze het merendeel van deze vrouwen als sympathiek weer te geven in hun eigen recht. We hoeven niet te doen alsof problematiek niet bestaat om sympathie te kunnen creëren, het is in deze tijden juist belangrijk dat we ook sympathie leren voelen voor gemarginaliseerde groepen wanneer deze niet voldoen aan een toonbeeld van moraliteit.
Orange is the new Black geeft een blik op vrouwen die losbreekt vanuit het mannelijk perspectief en de rol die vrouwen grotendeels in de media hebben gespeeld. De vrouwen staan in dienst van hun eigen verhaal en niet in dienst van het mannelijk genot.
Een serie die zich meer direct bezighoudt met de rol van vrouwen in de media is de andere Netflix serie GLOW die begon in 2017. GLOW kan op vele manieren worden gezien als de spirituele opvolger van Orange is the new Black, met een soortgelijke diverse cast en een narratief dat voornamelijk draait om het vrouwelijk perspectief. Daarnaast is ook GLOW gebaseerd op de realiteit, maar net als Orange is the new Black zijn de gebeurtenissen in de serie voornamelijk fictief.
De serie is gebaseerd op de daadwerkelijke worstel serie G.L.O.W. (Gorgeous Ladies of Wrestling). Voor mensen die niet bekend zijn met showworstelen of “professional wrestling” zoals ze het ook wel eens noemen, showworstelen is een theatervoorstelling die wordt gedragen door fysieke stunts en een melodramatisch plot in de esthetische vorm van een sport evenement. Veel mensen maken er graag een punt van dat het worstelen “nep” is, maar het is enkel nep in de zin dat een theatervoorstelling altijd nep is. De uitkomsten van deze matches zijn van tevoren bepaald en de acteurs zijn niet daadwerkelijk in gevecht, maar wat niet nep is, is het gevaar dat bij deze stunts kan komen kijken.
Worstelen is een extreem fysiek uitdagende vorm van theater en vele (ex)worstelaars lijden onder permanente kwalen aan de hand van hun acrobatische acties.
Mick Foley valt 5 meter van een metalen kooi tijdens “Hell in the Cell” in 1998
Een van de meest extreme voorbeelden van extremiteiten van het vak, in ieder geval binnen de mainstream worstel wereld, is Mick Foley, een man die alles gaf voor zijn vak. Foley stond bekend om zijn bereidheid om levensbedreigende stunts aan te gaan en zijn toewijding om deze zo realistisch mogelijk te laten ogen. Tijdens zijn meest beroemde match werd de voorstelling bijna twee keer stilgelegd uit angst voor zijn gezondheid en is alleen voortgezet vanwege Foleys aandringen om door te gaan.
Nu is dit een extreem voorbeeld, maar ook in de minder extreme stunts, of misschien juist in die minder extreme stunts vanwege hun veelvoudigheid, schuilt een enorme tol op het lichaam. Onder andere om deze reden was de wereld van het worstelen enorm gedomineerd door mannen. Met oog daarop is G.L.O.W. een interessant stuk media omdat het zich losbrak van wat de norm was destijds.
Maar ondanks dat G.L.O.W. op vele manieren vernieuwend was, zijn er ook vele manieren waarop het moest conformeren aan de conventies van de tijd. Zeker in de vroege jaren van het worstelen heerste er een cultuur van karikaturen. Vele worstelaars traden op als karakters die hun aard vonden in stereotypering.
GLOW (de serie) weet al deze aspecten van worstelen als media te ontleden met een gepaste combinatie van gewichtige serieusheid en luchtige komedie. De show weet een goede balans te vinden tussen de aspecten van zichzelf die lachwekkend ouderwets zijn, en die vandaag de dag nog steeds een effect hebben.
Een van de redenen dat ik eerder beschreef hoe ook vrouwen in dienst kunnen staan van het mannelijk narratief is een scène uit GLOW die mij altijd sterk bij is gebleven. In aflevering vijf van het tweede seizoen “perverts are people too” wordt hoofdkarakter Ruth (Alison Brie) tijdens een bespreking, met de baas van een tv-zender, wordt er hevig geimpliceerd dat het succes van de show afhangt van hoe gewillig ze is om seks met hem te hebben. Allereerst wordt dit gehele tafereel op een, voor mij destijds, ontwakend nuchtere wijze gepresenteerd. De manier waarop de interactie langzaam van vriendelijk, naar komisch-ongemakkelijk, naar ronduit ongemakkelijk en oncomfortabel, voelt zeer authentiek en zenuwslopend. Maar een paar scènes later komt voor mij de echte hamerklap, wanneer Ruth haar hart probeert te luchten bij haar medespeelster en voormalig vriend Debbie. Debbie vertelt Ruth dat hun show naar een onfortuinlijk tijdstip is verplaatst en dat dit waarschijnlijk het einde van hun show gaat betekenen. Ruth vertelt over de beangstigende ervaring die ze heeft gehad met het hoofd van het netwerk in de hoop wat solidariteit te vinden, maar Debbie verwijt haar meteen dat ze geen seks met hem heeft gehad, en dus hun show in gevaar heeft gebracht.
Debbie, die door dit mannelijk gedomineerde wereldje is geconditioneerd om deze omstandigheden te normaliseren, vertelt Ruth:
“That is how this business works Ruth. Men try shit, and you have to pretend to like it until you don’t have to anymore!”
Deze scène raakte mij met een nog dieper gevoel van tragedie dan de vorige. Een man die een vrouw zich ongemakkelijk laat voelen, hoewel moeilijk om te zien, was niet hele nieuwe materie in de media die al had gezien. Maar de manier waarop de scène je laat denken dat Ruth steun zou vinden in hun gedeelde ervaringen van mannelijke onderdrukking, en dan zelfs dat comfort ontneemt, was erg emotioneel voor mij.
De potentiële schoonheid van tragedie is de verbintenissen die het kan creëren in zij die het ervaren. Maar in de absentie van deze verbintenis is de tragedie enkel een emotioneel zwart gat. En dat is wat hier wordt getoond, de wanhoop, machteloosheid en onvermogen om te geloven in verbetering dat geboren wordt vanuit het ontbreken van solidariteit en verbintenis.
Deze thematiek wordt ook aangekaart in het stripboek Middag, Aand, Oggend. van Nova de Hoo. In haar strip neemt zij ons mee in het leven van een Zuid-Afrikaanse sekswerker, maar daarin blijven we niet op het oppervlak hangen. Het grondige historische onderzoek dat de Hoo heeft gedaan voor het ontwikkelen van deze strip geeft het verhaal een enorme diepgang die de vele complexiteiten van het onderwerp weet aan te kaarten.
In de strip kiest ze er voor om het klein te houden. We volgen een dag in het leven van Zuid-Afrikaanse sekswerker Ona, maar in haar essay Tol : de hand van het westen in het Zuid-Afrikaanse genderconflict, laat ze zien hoe diep ze in is gegaan op de materie. Voor haar strip heeft ze interviews afgelegd met Zuid-Afrikaanse sekswerkers, ze heeft een diepgeworteld onderzoek gedaan naar het Nederlandse koloniale verleden en heeft deze twee dingen, die ogenschijnlijk gescheiden zijn door kilometers water en eeuwen aan tijd, weer verbonden, waardoor we als Nederlands geconfronteerd worden met het effect dat onze daden uit de gouden eeuw nog steeds hebben op mensen in het heden.
Tijdens dit proces heeft de Hoo zich ook wel afgevraagd of dit wel haar verhaal was om te vertellen. In een interview op de ArtEZ website zei ze:
“Ik snap heel goed dat mensen zich afvragen waarom ík dit verhaal vertel, als witte vrouw. Ik probeer te begrijpen hoe de situatie in Zuid-Afrika echt is en wat de geschiedenis is.”
Deze angst om iets te willen zeggen over een bevolkingsgroep waar je niet direct deel van uitmaakt is begrijpelijk. Ik ervaar het nu terwijl ik dit stuk aan het schrijven ben. Wat is mijn recht om iets te schrijven over vrouwen? Het komt vaak genoeg voor dat meer geprivilegieerde bevolkingsgroepen de verhalen van gemarginaliseerde bevolkingsgroepen gebruiken om lof voor zichzelf te genereren. We hoeven niet te doen alsof dit nooit voorkomt.
Maar zoals ik al eerder heb gezegd, geloof ik er in dat het goed is om ons te bekommeren om de problemen van mensen die ogenschijnlijk buiten onze eigen groep vallen. Want ik geloof er in dat je of bij de “ander” of bij de “wij” hoort. En zolang je bij de “ander” hoort, wordt je enkel zo lang getolereerd als dat je binnen de verwachtingen van de “wij” blijft. Daarom geloof ik dat elke axis van onderdrukking moet worden gezien als verbonden, en dat de “ander” niet werkelijk vrij kan zijn totdat elke axis van onderdrukking is ontmanteld.
De Hoo heeft een stevige grip op dat waarin de vrouwen in Zuid-Afrika en zijzelf verschillen. Ze is niet bang om haar eigen privilege als een westerse witte vrouw te erkennen, maar ze is ook in staat om daar voorbij te kijken, en te zien wat hun verbindt. Het respect voor de materie waarmee ze haar boek heeft ontwikkeld is een toonbeeld voor intersectionele media. Ze laat zien dat we mogen, schrijven, denken en kunst maken over groepen waar we misschien geen, of niet geheel, deel van uitmaken, zolang we met respect omgaan met-, en goed luisteren naar, de geleefde ervaringen van de groepen waar we ons mee bezighouden.
“Ik wilde hun verhaal vertellen, zij werken daar illegaal, ervaren veel angst en worden niet geaccepteerd. Via de organisatie SWEAT, die sekswerkers juridisch ondersteunt, heb ik een interview geregeld met een van de sekswerkers daar. [...]Ik heb mijn intenties gedeeld en tekeningen laten zien voor in mijn boek. Dat vond ze heel kloppend. Deze vrouw gaf me de bevestiging dat het goed was dat ik hier aandacht aan besteed”
Door deze materie aan te gaan stellen we onszelf ook open voor nieuwe perspectieven en leren we meer over onze medemens. De angst om iets verkeerds te zeggen over andere groepen kan een gezonde reden zijn om eens je mond te houden en te luisteren. Om je eigen privilege te erkennen en de wereld vanuit een andere positie te bekijken. Maar het kan ook een reden zijn om je er dan maar helemaal niet mee bezig te houden zodat je nooit kan worden aangesproken op sociale fouten of achterhaalde denkpatronen. Om aangesproken te worden op problematisch gedrag kan erg beangstigend zijn (wanneer je niet veel anderen dingen hebt te vrezen in dit leven) waardoor menig mens nog wel eens defensief wordt als de dreiging zich voordoet dat deze als racistisch, queerfobische of op een andere wijze als discriminerend wordt gezien.
Maar juist in deze momenten zijn er kansen voor groei te vinden, kansen die je jezelf ontneemt als je weigert om je bezig te houden met dingen die jou niet direct aangaan.
Als laatste wil ik het nog even hebben over een strip die ik laatst heb gelezen die eigenlijk de aanleiding was voor dit stuk. Na een wat zwaarder stuk over queergeweld dacht ik dat ik wat lichters kon schrijven over een strip die ik leuk vond. Dat liep niet helemaal volgens plan maar zo gaat dat soms.
Hé meisjes! (oorspronkelijk Oh les filles!) is een tweedelig Frans stripboek uit 2008, geschreven door Sophie Michel en geïllustreerd door Emmanuel Lepage. In de strip volgen we de levens van drie meiden die op dezelfde dag zijn geboren en samen opgroeien. In het eerste boek kijken we naar hun levens van geboorte tot hun negende jaar, en in het tweede boek zijn we hun tiende tot achttiende jaar. In de loop van hun leven krijgen ze te maken met de band die ze met hun ouders hebben, racisme, hun eigen seksualiteit, de algemene hel van het puberen en nog veel meer.
Door de levens van deze drie meiden te volgen krijgen we veel aspecten van de samenleving te zien, maar het ware hart van het boek ligt in hun vriendschap. De manier waarop ze elkaar steunen in tragedie en in succes.
Zoals dit moment waar Chloë het als een jonge bondgenoot opneemt voor haar vriendin door een meisje van haar neus te proberen scheiden. Het eerste boek zit vol met dit soort kinderlijke energie, maar ook met diep tragische momenten. Hé meisjes! weet het realisme te pakken van dat wat het probeert te vertellen. We hebben het veel gehad over buiten je eigen ervaringen durven treden, maar dat betekent niet dat er geen schoonheid zit in de inspiratie in je eigen leven vinden.
Het boek gaat niet over super bijzondere meisjes die op één of ander groot avontuur gaan, maar gewoon over hoe het is om een meisje te zijn en alles wat daar bij komt kijken. Elk van de meiden komt van een andere socio-economische achtergrond, waardoor we nog steeds vele kanten van het meisjes-zijn (en het kind-zijn) kunnen zien.
Het sterkste karakter in het boek is naar mijn mening Agnès. Vanaf het moment van haar geboorte staat zij op de tweede plaats. Ze is geboren in een rijk yuppie gezin dat geen tijd voor haar heeft. Daarmee is ze een beetje cliché maar clichés vinden hun aard ook in veelvoorkomende realiteiten, en het gewicht waarmee ze geschreven is trekt het weer weg van het clichématige. De thematiek die haar leven domineert is het verlangen naar liefde en validatie. Vooral in het tweede boek zien we de tragische conclusie van een jeugd waarin je van huis uit nooit een gezond gevoel van eigenwaarde hebt kunnen opbouwen.
Er is niet veel dat ik over Hé Meisjes! kan zeggen dat ik niet ook al veel bij de andere stukken heb benoemd. De intersectionaliteit, het feminisme, het vrouwelijk perspectief. Alles komt hier ook weer aan bod. Maar door de lens van een kind voelt elke kwetsbaar moment des te kwetsbaarder. Je zou immers kunnen zeggen dat kinderen de meest machteloze klasse zijn in onze samenleving. Maar dat is een onderwerp voor een andere tekst.
Reacties
Een reactie posten