The Old Oak: Een film voor witte liberale centristen

 Toen ik de bioscoop uitkwam nadat ik The Old Oak had gezien, was mijn eerste gedachte: “Man, dat was echt een feelgood film voor witte, welvarende, liberale centristen.” 

Mijn tweede gedachte was hoe ik mijn eerste gedachte ging verantwoorden.


The Old Oak is een film over de integratie van vluchtelingen in een klein, wit, Brits arbeiders dorp. (We weten dat dit een arbeidersdorp is omdat er constant naar wordt gerefereerd, ook al zien we maar iets van twee keer iemand arbeid verrichten.) Een buslading aan immigranten komt aan in het dorp, waar de lokale bevolking al snel argwaan krijgt en zich vijandig opstelt tegen de aankomst van deze nieuwe monden om te voeren. Dat is het framewerk van de film, het conflict tussen verschillende secties van de onderklasse, maar de film faalt om dit coherent in beeld te brengen. 



De film focust zich op het interpersoonlijke conflict tussen deze klassen, maar weigert om de diepere systematische problematiek die dit conflict in gang zet op een betekenisvolle manier aan te kaarten. Referenties worden schaars gemaakt naar een vaag concept van de bovenklasse, maar deze voelen als lip-service. Iets dat de filmmaker bereid is om te herkennen, maar onbereid om er te lang over na te denken, wat dat zou ongemak creëren, en hoe hard deze film af en toe ook probeert om tragische momenten te creëren, wordt de film aan alle kanten gehinderd door de wens om toe te werken naar dat warme vredige gevoel.


Deze film maakt karikaturen van de arbeidersklasse en een heilige van de vluchteling. Dit is wat mij aanspoort om deze film te categoriseren als een elitair vertoon van liberaal centrisme. De film maakt het makkelijk om te lachen om de bekrompenheid van de arbeidersklasse, en tot dit doel wordt de vluchteling afgebeeld als een compleet conflictloos mens. Dat wil niet zeggen dat het mijn wens zou zijn om de vluchteling te demoniseren, maar wel om de kijker uit te dagen. In de film is er geen twijfel mogelijk over wie er op elk gegeven moment het slachtoffer is en wie de dader is. Het creëert een situatie die de liberale witte welvarende toeschouwer niet dwingt om te reflecteren op diens eigen handelen en denken, maar een situatie waar deze zich boven kan verheffen, om zo neer te kijken op de arbeiders. 


Wanneer er media wordt geproduceerd die sympathie wil creëren voor een gemarginaliseerde groep, kan er de valkuil ontstaan om deze groep als niets dan perfect en liefelijk af te beelden. Dan lijkt er een angst te bestaan dat het weergeven van problematiek enkel kracht zet bij het narratief van de dominante groep. Maar in de realiteit bestaat er, ook onder gemarginaliseerde groepen, een hoop problematiek.


We hoeven niet te doen alsof problematiek niet bestaat om sympathie te kunnen creëren, het is in deze tijden juist belangrijk dat we ook sympathie leren voelen voor gemarginaliseerde groepen wanneer deze niet voldoen aan een toonbeeld van moraliteit. Om te doen alsof er geen problematiek kan ontstaan bij migratie, zorgt er voor dat we een schijding maken tussen “de goede” en “de slechte”.


In elke scène worden de vluchtelingen afgebeeld zonder enig wantrouwen naar de mensen die hen openlijk discrimineren. Ze tonen geen enkel teken van vijandigheid in situaties waar deze compleet gerechtvaardigd zou zijn. 


Door keuzes als deze wordt ik uit de illusie van de film gehaald en zie ik niet langer een levende wereld, maar een serie keuzes van een regisseur om mijn emoties te sturen. Natuurlijk is elke film een serie keuzes van een regisseur om de emoties van de kijker te sturen, maar in een goede film wordt dit aspect van het filmmaken verhuld. De film bevat meerdere scènes die in filmmaken worden omschreven als “Kick the dog” scenes. Een “Kick the dog” scene is een film term die slaat op een scène waar hardhandig duidelijk wordt gemaakt dat een karakter kwaadaardig is, door deze een handeling uit te laten voeren die vergelijkbaar is met het schoppen van een hond, iets dat universeel begrepen kan worden als een kwaadaardige handeling. Deze kunnen zeer effectief zijn om een publiek te sturen als deze er niet bewust van zijn, of wanneer het stuk media de absurditeit van het handelen begrijpt en onder controle heeft. Maar voor een kijker die meer alert is op de keuzes van een filmmaker, of in een stuk media dat zich onbewust is van de manier waarop deze absurditeit een verstoring kan zijn van de wens om realisme aan te houden, kan een “kick the dog” scene gezien worden als een falen van de film.


Een “kick the dog” scene kan ook begrepen worden als een manier om op transparante wijze de kijker te sturen naar de emotie die ze zouden moeten voelen. In deze film wordt er een hond doodgebeten, doet een oude man een zelfmoordpoging, en plaatst iemand een afbeelding op sociale media van de voornoemde hond, gephotoshopped op een blik hondenvoer, puur om de eigenaar te sarren. Deze keuzes zouden individueel een waardevolle functie kunnen hebben in het maken van een film, maar allen bij elkaar overweldigen ze mijn vermogen om de film te zien als een realiteit. Deze scènes zijn niet inherent ‘fout’, maar de filmmaker heeft niet genoeg gedaan om deze scènes emotioneel te verantwoorden.


We zien niet genoeg tegenslag om de zelfmoordpoging te verantwoorden. De dood van de hond kan in twee scènes samengevat worden. Ons hoofdpersonage laat zijn hond uit en ziet een groep jongeren met grotere honden. De honden blaffen en ons hoofdpersonage zegt iets in de trant van: “Pas op met die grote honden, als ze los raken zullen ze nog eens iets doodbijten." Een paar scènes later raken de grote honden los en bijten deze zijn hond dood. Er is geen stijgende spanning, er is geen connectie tot de overkoepelende thematiek van de film. Een hond gaat dood, want dat is zielig.


Deze scène is voor mij kenmerkend aan de rest van de film. Een onzekerheid over hoe de film geïnterpreteerd kan worden, een angst voor de materie die deze aan wil gaan. De film is niet compleet hol, waardevolle ideeën en gedachtes zijn te zien in de loop van de film, maar de filmmaker lijkt te angstig om dusdanig diep in te gaan op deze gedachtes en ideeën dat deze tot discomfort zouden kunnen leiden in de toeschouwer. Het creëert een scheiding tussen de liberale witte redder, en de bekrompen arbeidersklasse, met een groep vluchtelingen die dient als een object in een wit narratief.


De uiteindelijke conclusie van de film voelt arbitrair en daardoor hol utopisch. Elk conflict dat wordt overkomen voelt gefabriceerd en onrealistisch in de uitvoering. De gezamenlijke keuken die de verbindende factor vormt tussen de arbeiders en de vluchtelingen wordt niet ontmanteld door een gebrek aan subsidie, of vanwege een overschrijding van de vergunning of een andere realistische functie van het systeem, maar door cartoonesque sabotage van karakters waarvan wij moeten geloven dat deze vrienden waren van ons hoofdpersonage. Eveneens is de totstandkoming van deze keuken ook geheel arbitrair. Op een dag wordt er besloten dat ze elke week gratis eten gaan verzorgen voor de lokale bevolking die moeilijk rond komt, maar de middelen waarmee dit wordt gedaan worden geheel obscuur gehouden. Waarom werd dit niet al gedaan als alle middelen beschikbaar lijken te zijn? Door dit soort vragen niet te beantwoorden wordt de systematische problematiek, die mensen in de greep van armoede houdt, niet ondervraagd maar ontweken.


De film dwingt ons niet om de realiteit te onderzoeken, maar om hier vrede mee te sluiten. Om te laten zien dat we gewoon samen moeten werken en dan komt alles goed.


Dit alles en meer heeft mij tot de conclusie gebracht dat The Old Oak, slechts een ‘feelgood’ film is voor witte, liberale, welvarende centristen. 


Nu is het niet mijn intentie om een witte oude man te pesten. Ik kan mij alleen maar inbeelden dat deze film met de beste intenties is gemaakt, maar deze is een goed vertoon van de blinde vlek die speelt bij iemand die verwijderd is van deze rang van de samenleving en zich hierdoor focust op de oppervlakkige aspecten hiervan.


Zet dit tegenover media die door gemarginaliseerde groepen is gemaakt en bereid is om de dieper liggende problematiek te onderzoeken, ook wanneer deze de eigen groep mogelijk in een slecht daglicht zet. Om dit te doen wil ik kijken naar Bamboozled (2000) van regisseur Spike Lee.



Bamboozled is een onderzoek naar klasse verraad. Dit wordt gedaan door de lens van de zwarte ervaring, maar kan in mijn ogen worden gezien als een manifestatie van de overkoepelende relatie tussen de onderdrukten en de onderdrukker, de ‘wij’ en de ‘ander’, zoals ik die wel vaker benoem.


In deze film volgen we hoofdpersonage, Pierre Delacroix, een schrijver voor een televisienetwerk, en relevant voor het plot, een zwarte man. Delacroix heeft in deze film de rol van de zwarte mens die zich omhoog heeft gewerkt in een witte wereld. Hij heeft zich in zijn mimiek en taalgebruik losgemaakt van alles wat gezien kan worden als zwarte expressie. Hij spreekt met een geforceerd accent en overdreven handgebaren, een karikatuur van de manier waarop zwarte mensen zich aan moeten passen om serieus te worden genomen in een witte omgeving.


Zijn ideeën, die veelal gaan over de zwarte middenklasse, worden afgewezen. Zijn baas, die in zekere zin zijn tegenhanger is vanwege diens witte huid en stereotyperende  zwarte gedragingen, bestempelt zijn ideeën als saai en ‘niet zwart genoeg’.

Dit is wat de rest van de film in gang brengt; Delacroix neemt zich voor om een serie te creëren die zo intens stereotyperend is, zo beledigend en mensonterend, dat hij het netwerk zal laten zien wat ze precies van hem vragen, met de hoop dat hij wordt ontslagen en zich kan bevrijden uit deze positie waar hij zichzelf in heeft gewerkt. Hij zal ze in laten zien dat waar het netwerk om vraagt niets meer is dan een ‘minstrel show’, een stereotypisch vertoon van zwartheid, door gebruik van 'black-face', in dienst van het amusement van witte mensen. En dit is precies wat hij ontwikkelt.


Vanuit hier volgen we het neerwaartse pad van Delacroix, wanneer zijn show een groot succes wordt. Waar Delacroix begon vanuit een wens om satire te gebruiken als een aanval tegen dat wat hij vertoont, vervalt de show al snel in een on-ironisch vertoon van zwarte stereotypen. Zijn wens om de absurditeit te tonen van zijn eigen voorstelling wordt langzaam verduisterd wanneer het succes ervan hem verrijkt. Het wordt twijfelachtig of de maatschappelijke functie die hij verkondigde ooit wel een factor was, of dat dit enkel de verantwoording was van zijn zelfverrijking.


Frantz Fanon, een schrijver, psychotherapeut, en spreker voor dekolonisatie, schrijft uitgebreid over de psychologische effecten van het kolonialisme en hoe deze de onderdrukten aantasten. Hij schrijft over de manieren waarop het kolonialisme de solidariteit van de gekoloniseerden ondermijnd door ook onder de gekoloniseerden een bovenklasse te creëren. De kolonist creëert een onderscheid tussen de goede en de slechte, gehoorzame, ongehoorzame, de beschaafden en de onbeschaafden. Ze creëren een klasse binnen de gekoloniseerden die zich superieur kunnen voelen aan hun medemens, omdat ze beter voldoen aan het beeld van wenselijkheid dat door de onderdrukker is gecreëerd.


“But it so happens that decolonisation occurs in areas which have not been sufficiently shaken by the struggle for liberation [...] We find intact in them the manners and forms of thought picked up during their association with the colonialist bourgeoisie. Spoilt children of yesterday's colonialism and of today’s national governments, the organize the loot of whatever national resources exist.”

- Fanón, F. (2000). Concerning Violence. In The Wretched of the Earth (p. 37).


Lee onderzoekt in Bamboozled, onder andere, de manier waarop de invloed van de onderdrukker kan doorvloeien in het handelen van de onderdrukten. Hoe de onderdrukker poogt om een elite te creëren binnen de onderdrukten, en deze als een mondstuk te gebruiken om diens onderdrukking te verantwoorden. Ook wordt Lee zijn relatie met de media, met name de filmindustrie, onderzocht in de loop van deze film.


Delacroix is als zwarte maker constant afhankelijk van het geld, en daarmee de goedkeuring van een wit systeem. Zwarte media moet zich hierdoor altijd bewegen binnen de perken die worden gedefinieerd door de witte mens. Zo ook heeft Lee moeten ervaren dat hij binnen dit systeem moet leren te functioneren. Zo moet elke onderdrukte maker een keuze maken tussen mainstream succes, en daarmee ook de zichtbaarheid van diens werk, en de authenticiteit van diens werk. Een werk kan geen mainstream succes behalen, en ook een betekenisvolle kritiek geven op het systeem waarbinnen deze bestaat. Hoe meer geld er nodig is om een project te realiseren, hoe meer deze wordt ingeperkt door de wensen van het overkoepelende systeem, daardoor zien we dit effect sterker bij film en tv, dan bij bijvoorbeeld drukwerk. 


In Bamboozled zien we dit terug in het personage Junebug, gespeeld door de komiek Paul Mooney die in essentie zichzelf, en daarnaast de vader van Delacroix, speelt. Junebug is een kleinschalige komiek die deze realiteit van conformisme in de mainstream media heeft ondervonden, en heeft gekozen om deze af te wijzen. Voor een klein loyaal publiek voert hij zijn act op, waarin hij de taal van zijn mensen kan spreken en niet hoeft te buigen naar de wensen van de hand die hem voedt. Hiermee boekt hij een mager financieel succes, maar hij verdient genoeg om te overleven en hij kan doen waar hij van geniet. Alles wat Delacroix ziet is een man met te veel trots om compromissen te sluiten, en dit spoort hem aan om niet zoals zijn vader te zijn, en zijn succes te pakken, wanneer zijn problematische show een razend succes wordt.


Delacroix is bereid om iedereen om hem heen, zijn gehele ras, en daarmee ook zichzelf te verraden om een beeld van succes na te streven dat door de onderdrukker is gedefinieerd. Daar tegenover staan de Mau-Mau’s, een radicale zwarte groep die met walging naar Delacroix’ show kijkt. Hun walging drijft ze tot gewelddadige actie, maar hierin zien we ook de misplaatste woede die de onderdrukker creëert. De Mau-Mau’s keren zich niet tegen het witte hoofd van het netwerk dat Delacroix in deze positie heeft gebracht, of zelf Delacroix, voor zijn klasse verraad. De Mau-Mau’s keren zich tegen Manray, de ster van de show en zelf een slachtoffer van Delacroix' exploitatie, wordt ontvoerd en in een live uitzending geëxecuteerd door de Mau-Mau’s als een reactie op zijn rol in de show. Als gevolg hiervan worden alle Mau-Mau’s, met uitzondering van hun meest licht getinte lid, allemaal doodgeschoten door de politie.


De Mau-Mau’s kunnen gezien worden als de neiging van de onderdrukten om hun woede te uiten op diegene die dicht bij ze staan. Hun woede maakte ze blind voor de gezichten van diepere onderdrukking. Daardoor wordt hun gewelddadige actie gericht naar het stokpaardje van de onderdrukker, het menselijk schild van een wit systeem. Zo zien we ook in de realiteit een neiging om de woede die door de onderdrukker wordt gecreëerd in verkeerde banen te leiden.


De wereld waar Lee zich op kundige wijze doorheen heeft moeten manoeuvreren om iets van waarde te kunnen zeggen, is een wereld die filmmakers als Loach omarmt. Films die niets zeggen, maar de indruk wekken dat ze iemand grandioos aankaarten zijn vele malen wenselijker voor een systeem dat nog steeds door de witte man, en de onderdrukkende klasse als geheel wordt gestuurd. De esthetiek van diepgang is belangrijker dan daadwerkelijke diepgang, want het ene zal de toeschouwer zich intellectueel laten voelen, het ander zal de toeschouwer bevragen op diens eigen handelen, en onder kapitalisme, is de kunst in de eerste plaats een investering. Een product dat zoveel mogelijk mensen op een positieve manier aanspreekt, en dit gegeven verhult met faux diepgang. 


Waar dit voor Lee een pijnlijke realiteit is waar hij constant aan wordt herinnerd, is dit voor Loach enkel de achtergrond van zijn succes. 


Om al deze redenen en meer, noem ik The Old Oak, een film voor witte, welvarende, liberale centristen.


Voor een diepere analyse van Bamboozled en een blik op de diepere culturele context rond deze film, raad ik het video essay Spike Lee tried to warn us..., van video essayist en cultuur criticus, F.D. Signifier aan.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Het gemak van AI en wat we verliezen

Waar was ik gebleven?

CEOver