Willem Arondéus, een dromer, een dwaler, een strijder
Vandaag was ik door Threads aan het scrollen, een nobel tijdverdrijf, toen ik een screenshot van een reddit post zag over een historisch figuur, de manier waarop we ons nieuws tegenwoordig ontvangen. Je weet wel, zo’n een waar je even snel naar kijkt, hoopt dat het waar is als het iets positiefs is, en weer verder gaat met je dag.
En nu dacht ik: "Hé, laat ik dat ook eens daadwerkelijk opzoeken en een stukje over schrijven.” Dus dat is wat ik ga doen. (En wat ben ik blij dat ik het heb gedaan.)
Willem Arondéus, die onder zijn vrienden de naam Tiky gebruikte, was een Nederlandse kunstenaar, schrijver en tijdens de Tweede Wereldoorlog, een held van het verzet. Arondéus werd geboren in 1894 en werd in 1942 geëxecuteerd door de nazi bezetting vanwege zijn verzetsdaden. Maar voordat we ons te veel op het einde gaan focussen, wat ook zeker belangrijk gaat worden, wil ik kijken naar de levensloop van deze man.
Arondéus was namelijk in het leven geen inherent heldhaftig figuur. Voor een groot deel van zijn leven voelde hij zich eenzaam, verslagen en leefde op het randje van de armoede. Veel van zijn innerlijke wereld kan worden opgehaald vanuit de dagboeken waarin hij zeer openlijk over zichzelf schreef. Zo reflecteerde hij op later leeftijd op hoe hij zichzelf in zijn jeugd zag. ‘Ik kijk naar mezelf, als op een oud ontwend portret. (..) Naar het wit en mager gezicht van een jongen die weinig moeite geeft en nooit uitbundig is. Een stille middelmaat op het voorplein, die met allen vriendelijk is en liever ontwijkt dan voluit naar voren te komen. Een die los blijft, los van alle dingen.’ zijn leven was getekend door een zoektocht. Een zoektocht naar een doel in het leven, een zoektocht naar een plek waar hij vrijuit was om zijn liefde te voelen en zijn geaardheid kenbaar te maken. Een zoektocht in hemzelf en een zoektocht in de wereld. Een zoektocht naar een doel zelve.
Deze zoektocht leidde hem van plaats naar plaats. Kort na zijn geboorte in Naarden verhuisde hij met zijn ouders (nou ja het zou meer accuraat zijn om te zeggen dat zijn ouder met hem verhuisde) naar Amsterdam, waar hij op dertienjarige leeftijd een schildersopleiding volgde op wat nu bekend staat als de Rietveld Academie. Thuis viel hij een beetje buiten boord. Hij was het zevende kind en werd gezien als een dromer die niet zo veel nuttigs kon doen. Zijn artistieke verlangens werden niet gezien als een reële toekomst. Daarom is hij aangespoord om te kiezen voor een opleiding in decorschilderen, zodat hij zijn werk meer kon focussen op praktische taken dan op persoonlijke expressie.
Zijn ouders beheerde een kostuumwinkel voor theatervoorstellingen, waardoor hij omringd was met ‘kleurige stoffen, vreemde hoofddeksels, gazen sluiers, versleten fluweel en verkreukelde kunstbloemen’ die mogelijk een rol hebben gespeeld in het inspireren van zijn latere beeldtaal, die erg aansloot op de Jugendstil stroming, ook wel bekend als Art-nouveau. Een andere visuele inspiratie voor hem was Aubrey Beardsley, een ander illustrator binnen diezelfde stroming die verscheidene illustraties heeft gedaan voor de werken van Oscar Wilde, wiens schrijven hem ook heeft geholpen in het denken over zijn eigen homoseksuele gevoelens. Deze gevoelens leidde er later toe dat zijn vader hem niet meer in huis wilde hebben, wat het begin zou worden van zijn vele verhuizingen.
Willem Arondeus, Ontwerp voor de Nederlandsch Kunstverbond Kalender (1929). Beeld: Rijksmuseum.
Na zijn tijd op de academie verhuisde hij naar Het Gooi (of t’Gooi, afhankelijk van waar je vandaan komt) waar hij in het kunstenaarsdorp Blaricum woonde. Hier heeft hij kunstenaars en vrienden ontmoet die een grote invloed hebben gehad op zijn latere werk. In deze periode schreef hij vele gedichten, ontwikkelde hij zijn schilderkunsten en hield hij grondige dagboeken bij, waarin hij begon te schrijven over zijn eigen ervaring met zijn homoseksualteit. Maar ook in deze kunstenaarskringen voelde Arondéus zich nog steeds eenzaam en onbegrepen. In zijn dagboek schreef hij ‘Vriendschap is zo zeldzaam in mijn leven. Ik ken eigenlijk vrijwel geen andere mensen dan mijn intellectuele vrienden en dezen vervullen mijn verlangen naar genegenheid nauwelijks.’
Arondéus voelde zich niet op zijn plek in deze kringen. Vele van de intellectuele waar hij zich mee omringende kwamen van welvarende achtergronden. Binnen deze kringen voelde hij zich alsof hij een masker moest dragen. ‘Ik verkeer in rijke kringen, zit aan rijke tafels, maar ben nog berooider dan de meid in de keuken.’ Schreef hij erover.
In de hoop dat zijn verlangens elders wel vervuld kunnen worden, kiest hij er rond 1920 voor om naar Parijs te vertrekken, de stad ‘van de liefde en de kunst’ (zo zeggen sommigen). Maar ook hier voelde hij zich niet gelukkig. Waar deze jonge maker ook naartoe ging, het was niet genoeg om het interne conflict waar hij mee leefde te ontvluchten. Arondéus leefde doelloos bestaan. Dat wil niet zeggen dat hij in deze periode niets deed. Hij nam elke klus aan die hij kon krijgen, wandschilderingen, tapijten, reclameposters, kerstzegels, zolang het hem maar geld opleverde. Maar hoewel zijn naamsbekendheid in deze periode groeide, leefde hij in constante armoede die een enorme impact had op zijn mentale belevingswereld. In zijn dagboek schreef hij ‘Ik vervloek deze armoede – het brengt me soms tot wanhoop die op de rand van zelfmoord huist.'
Uit zijn dagboeken en zijn constante verhuizing kunnen we een beeld scheppen van een rusteloze man die constant op zoek is naar zijn plaats of doel in het leven. Een ervaring die hem verbindt met vele kunstenaars door de geschiedenis en het heden.
Arondéus vervolgde zijn zoektocht naar geluk door weer terug naar Nederland te verhuizen, ditmaal op Urk. Hier vond hij de liefde met een lokale visser, wat hem voor even een stabiele thuisplaats gaf, maar dit was niet genoeg om zijn verlangens te stillen. In 1933 verhuisde hij naar Apeldoorn (de plaats waar ik toevallig ook geboren ben). Hier vond hij eindelijk een stabiele relatie met de zoon van de lokale groenteboer. ‘Het is een vriendschap en een zachtheid en een tederheid die ik voordien nimmer heb gekend.’ Schreef hij in de prille dagen van hun ontwikkelende relatie. Rond deze periode kreeg hij ook de opdrachten die als zijn doorbraak gezien kunnen worden. Zo werd hij door de Statenzaal gevraagd om banieren te maken voor de gemeenten van Noord-Holland met hun wapenschilden en grote wandtaferelen voor de GG&GD van Amsterdam. Deze successen stelden hem in staat om zijn aandacht te vestigen op zijn andere passies, zoals het schrijven van zijn romans.
Willem Arondeus - Wandtapijt van Amsterdam voor Provinciehuis Welgelegen 1930-1931
Deze hangen daar vandaag de dag nog steeds.
Na vijf jaar in Apeldoorn verhuisde hij samen met zijn partner terug naar Amsterdam. Hoewel zijn werk hem enige financiële stabiliteit bracht, en zijn relatie emotionele stabiliteit, waren beiden nog steeds wankel. 'Heb ik wel liefde, wel waarachtig liefde voor iemand (…) of is alles maar schijnbaar, maar tijdelijke geëmotioneerdheid?’ Schreef hij in zijn dagboek. Wat hij ook probeerde, welke successen hij ook behaalde, zowel in zijn professionele als in zijn persoonlijke leven, hij kon de leegte die hij voelde maar niet afschudden.
Dat veranderde toen de nazis het land binnenvielen. Toen de nazi bezetting zijn invloed kenbaar maakte in Nederland voelde Arondéus dat hij iets moest doen. Dit begon toen de door de nazi’s ingestelde Kultuurkamer in 1941 het culturele leven in Nederland volledig probeerde te beheersen. Hij voelde zich geroepen om zich hiertegen te verzetten. In dit verzet vond hij het doel in zijn leven waar hij zo lang naar had gezocht. Eindelijk was er een roeping die hem het gevoel gaf dat hij iets van waarde kon doen.
Hij verzocht zijn partner om terug te verhuizen naar Apeldoorn, om deze op een veilige afstand te houden van zijn verzetsacties. Hij sloot zich aan bij een van de verzetsgroepen die overkoepelend bekend stonden als De Raad van Verzet. Ook schreef hij verscheidene brandarisbrieven, een kleine verzetskrant die een oproep deden aan kunstenaars om een culturele samenwerking aan te gaan tegen de bezetting. Deze brieven werden later opgenomen in het verzetsblad De Vrije Kunstenaar.
Later verschoof zijn focus naar het vervalsen van Joodse persoonsbewijzen, toen hij zich realiseerde dat de registratie van de Joden niet bedoeld was als een beschermingsmiddel, zoals de nazi’s stelde, maar een middel waren om een toekomstige deportatie te faciliteren. Hij deed dit in samenwerking met, en als onderdeel van, de verzetsgroep die bekend kwam te staan als de Gerrit van der Veen groep, vernoemd naar zijn mede verzetsstrijder en vriend. Van der Veen heeft later helaas een overschaduwende rol gespeeld in de geschiedenis van Arondéus maar hier kom ik later op terug.
Zijn betrekking bij het verzet had Arondéus getransformeerd. Hij was niet te herkennen als de doelloze dwalende kunstenaar die hij ooit was. Een lid van de groep en overlevende van de oorlog sprak later van een echte aanvoerder: ‘geen spoor van zenuwen, geen spoor van angst, zeer doelbewust’. In deze duistere tijd vond hij zijn noodzaak.
Helaas kwam er een nieuw probleem in zicht. De nazi’s begonnen zich te realiseren dat er vervalste documenten in de omloop waren. Om deze te controleren, maakte ze gebruik van het bevolkingsregister in de oude concertzaal van Artis. Hierdoor zouden ze uiteindelijk op het spoor komen van de verzetsgroep en alle Joden die door hun valse persoonsbewijzen waren verduisterd weer te vinden zijn.
Er zat voor de groep dus maar één ding op. Het bevolkingsregister moest verwoest worden.
In de nacht van 27 maart 1943 betrad de verzetsgroep, onder leiding van Arondéus, het bevolkingsregister. Hun groep bestond uit kunstenaars en artsen die samen een plan hadden gevormd om met gemak het gebouw te kunnen betreden. Kleermaker Sjoerd Bakker had voor hen elk een politie vermomming in elkaar gezet, en de artsen onder hen gebruikten hun toegang tot verdovingsmiddelen om zo de bewaking buiten spel te zetten.
Eenmaal binnen plaatsten ze volgens de instructies van hun explosievenexpert Martinus Nijhoff, die zelf niet aanwezig was bij de aanslag, vijf TNT bommen en stichten een aantal branden voor ze het gebouw verlieten en de bommen afgingen. Het kostte de brandweer vier uur om de brand onder controle te krijgen, waarbij ze ook een poging waagden om uit solidariteit met de groep zoveel mogelijk waterschade te veroorzaken.
Het verwoeste bevolkingsregister van Amsterdam. Foto door onbekende fotograaf (1943). Beeld: ANP Archief.
Helaas had actie niet zoveel impact als ze hadden gehoopt. Ze waren er niet in geslaagd om het gehele register te verwoesten, maar een groot deel van de persoonsbewijzen waren wel verloren gegaan in de brand, de explosie en/of door de waterschade. Wie weet hoeveel mensen ze die dag indirect hebben gered.
Twee weken later werd de verzetsgroep gevonden door de tip van een verrader. Arondéus en zijn bondgenoten werden door de nazis opgepakt en opgesloten. Ze werden gemarteld om meer namen uit ze los te krijgen, maar zij gaven geen verdere bondgenoten op. Tijdens het proces deed Arondéus er alles aan om zijn vrienden vrijuit te laten gaan. Hij benadrukte dat het zijn plan was en dat hij de anderen hierin had meegesleurd. Een nobele poging, maar helaas werden zij allen veroordeeld tot een dood door vuurpeloton. Een gevangene in de tegenoverliggend cel vertelt later: "De veroordeelden hebben tot het laatst gezongen, gedebatteerd en gelachen. Iedereen was onder de indruk. Ook de Duitsers."
In een van zijn laatste brieven schreef hij: 'Er is alleen verwondering omdat het zo licht is om in liefde van het leven te scheiden, zoo blij is om, wat je achterlaat, zonder bitterheid te gedenken.’ Deze man die in zijn heel leven heeft gezocht naar een gevoel van noodzaak, kon eindelijk sterven met een gevoel van voldoening en trots. Eindelijk kon hij zijn strijd achter zich laten, wetende dat hij aan het einde alles heeft kunnen geven voor dat waar hij in geloofde. Wat een bitterzoet einde.
De laatste woorden van Arondéus, vlak voor zijn executie, waren:
‘Zeg de mensen dat homoseksuelen niet per definitie zwakkelingen zijn.’
In de jaren na de oorlog werden vele leden van het verzet posthumus beloond met medailles en erkend voor hun daden. Frieda Belinfante, een andere queer verzetsstijder uit hun groep, was een van de weinige de oorlog overleefde. Ze zei dat de homo-onderdrukking na de oorlog nog erger was dan tijdens de oorlog, wat er voor zorgde dat helden als Arondéus niet aan het licht kwamen. Deze werden overschaduwd door hun hetero normatieve collega’s die beter konden worden ingezet voor volkslegendes en voorbeelden van een ware Nederlandse held. In het geval van Arondéus was dat dus Gerrit van der Veen.
We denken vaak aan de Tweede Wereldoorlog als een genocide tegen de Joden, en deze heeft ook zeker plaats gevonden. Maar het was niet enkel dat, het was een genocide tegen elk persoon dat niet toebehoorde aan de wij-groep. De groep die de macht heeft en deze wil ontnemen van “de ander.” Het was niet alleen een uiting van Joodse onderdrukking, het was een onderdrukking en uitroeiing van elke gemarginaliseerde groep die niet binnen het etno-nationalistische plaatje paste. Veel queer geschiedenis is verloren gegaan tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Verhalen zijn onderdrukt om de bijdragen van gemarginaliseerde groepen te minimaliseren. De nazis waren misschien verslagen, maar hun gedachtegoed leeft tot op vandaag de dag voort, zowel in de vorm van expliciete neo-nazi groeperingen, maar ook in de banaliteit van het alledaags leven.
De afkeer die vele mensen hebben tegen diversiteit in de media, betrekt niet alleen de wereld van fictie. Deze houding is enkel een huidige reflectie van een gedachtegoed dat onze maatschappij al beïnvloed sinds we verhalen vertellen, en dus geschiedenis bijhouden. Onze geschiedenis is niets meer dan een collectie verhalen, en over wie we toegestaan zijn om verhalen te vertellen, heeft invloed op hoe we terug kijken naar de geschiedenis.
Pas in recente decennia worden er steeds meer pogingen gedaan om ook deze verhalen aan het licht te brengen en de helden uit het verleden de lof te geven die ze verdienen. Helaas zijn dat niet altijd de verhalen waar de markt op zit te wachten. En als de markt geen baat ziet in het delen van deze verhalen, dan moeten we misschien herevalueren op welke fronten wij de markt macht willen geven.
“Hoewel de belangstelling in de oorlogsverhalen van lhbt’ers sinds de jaren tachtig is toegenomen, zijn er nog weinig documentaires gemaakt. Mueller ziet onbenutte kansen. ‘Het onderwerp wordt als ‘te niche’ gezien. Net als bij alle onderwerpen over minderheden. En het is heel moeilijk om voor documentaires over queer verhalen financiering te krijgen.”
-Wagenmaker, M. (2023, 27 juli). Waarom zijn er zo weinig docu's over lhbtqia+'ers in de Tweede Wereldoorlog? 2Doc.nl.
https://www.2doc.nl/verdieping/artikelen/2023/lhbtqia-wo2.html
Mijn verzoek aan jullie is, deel wat je hier hebt gelezen met anderen, maak beeld bij dit verhaal en verspreid de heldendaden van Willem Arondéus en andere helden die de geschiedenis achter heeft geprobeerd te laten. Als makers hebben wij allemaal de macht om op onze eigen manier hun namen voort te laten leven.
Doe wat je kan, want je kan meer betekenen dan je denkt, al is het maar het onthouden zelf.
Addendum: Frieda Belinfante wordt kort benoemd in dit stuk, maar is zelf ook een belangrijk onderdeel geweest van het verzet. Ik wist niet goed hoe ik haar moest verwerken omdat ik mij meer wou focussen op Arondéus. Ik heb geprobeerd om mijzelf in te perken en hierdoor een meer gestroomlijnd verhaal te kunnen vertellen, maar daardoor gingen er wat dingen verloren, maar het voelde belangrijk om haar toch te vermelden. Misschien schrijf ik zelf ook ooit nog een aan haar toegewijd essay.
Bronnen:
Mooi geschreven. Indrukwekkend!
BeantwoordenVerwijderen