Het genot (en de existentiële crisis) van het bezoek, Kaboom 2024

Kaboom 2024 poster door Leyla Ali

In 2022 ging ik naar mijn eerste animatiefilmfestival, het Annecy Animation Festival. In mijn derde jaar van een animatieopleiding was dat ergens misschien wel beschamend laat, maar mijn sociale angsten en afkeer voor netwerkevenementen hadden mij ervan weerhouden om er eerder een te bezoeken. Maar nu was ik door de opleiding gedwongen om te gaan, en de hele reis was voor mij gefaciliteerd, dus al de moeilijkste delen waren al achter de rug en ik hoefde alleen maar van animaties te gaan genieten.


Toen ik daar was, realiseerde ik mij pas dat ik daadwerkelijk passie had voor het ding dat ik studeerde. Dat wil niet zeggen dat ik daarvoor geen passie had voor mijn studie. Ik heb de afgelopen vier jaar alles gegeven voor Animation Design, mijn hele leven draaide er omheen en het heeft me gemaakt tot wie ik nu ben, maar ik wist niet zeker of ik passie had voor het vak. Ik identificeerde mij altijd als een multidisciplinair beeldend maker, die zich graag bezighield met bewegend beeld, maar ik zag mijzelf niet echt als animator. 


Het kan een bijzonder commercieel veld zijn en daar heb ik nog steeds weleens moeite mee. Maar toen ik op dat festival aankwam en mijn eerste screenings zag, begreep ik het. Daar in die koele bioscoopzaal, terwijl de zon buiten de aarde aan het schroeien was, snapte ik de schoonheid van de wereld waar ik een deel van mag zijn. Ik zag mijzelf op het scherm op een manier waarvan ik niet wist dat ze toegestaan waren. Ik zag mogelijkheden, ik zag fouten en onbeholpenheid. Ik zag de wil om een verhaal te vertellen, om iets met de wereld te delen, ook als er niet de middelen of technische vaardigheden waren om dit met conventioneel gelikte schoonheid te doen. Ik zag vergeten elementen het bestaan in en uit knipperen in moving holds, ik zag rommelige lijnen en krasserige vlakken.


Daarom kijk ik ook graag naar afstudeerfilms, die hebben zo’n eigen karakter, omdat ze worden gemaakt door mensen met enorm veel passie, en vaak nog maar weinig middelen. Ze doen het met wat ze hebben, omdat ze iets in hun hart hebben dat ze moeten vertellen, iets waar ze jaren voor hebben gewerkt om het te kunnen vertellen. Ze dragen een kwetsbaarheid, zowel in het materiaal als in de inhoud. 


Dat bezoek veranderde mijn blik op animatie en op de kunsten in het geheel. 


Nu in 2024 heb ik wederom een aantal screenings bezocht die mij aan hebben herinnerd dat ik passie heb voor dit vak. Na een volle dag met kinderen te hebben gewerkt, na een nacht vol woelen en draaien, maakte ik mij zorgen of ik het wel levend naar Utrecht zou redden, ik zit te mijn duimen te draaien in de auto, twijfelend of ik wel moet gaan. Uiteindelijk overtuig ik mezelf dat ik anders alleen maar ongelukkig in bed ga liggen als ik niet ga, dus ik sleep mij daarheen. Achteraf is het best bijzonder hoeveel moeite ik moet doen om me op plekken te krijgen die me gelukkig gaan maken. Na mijn reis sleep ik mij naar de zaal, de lichten dimmen en de films beginnen. Wat is dat gevoel? 



De eerste film, 27 (2023), van Flóra Anna Buda is klaar met spelen, een mooie kwetsbare film over een 27-jarige vrouw die het gevoel heeft dat haar leven mislukt is. Gedwongen door een brute economie om weer bij haar ouders te wonen, heeft ze het gevoel dat haar leven nergens heen gaat, een gevoel dat ik maar al te goed begreep. De aftiteling rolt over het scherm, en een vreselijk gevoel spoelt over me heen. “Ik ben een mislukkeling. Waarom speel ik hier niet? Waarom wordt mijn afstudeerfilm nergens vertoond? Heb ik mijn leven verspilt? Waarom hou ik mijzelf in de waan dat dit iets is dat ik kan?” Ik begin een beetje in een neerwaartse spiraal te komen en ik realiseer mij waarom het soms moeilijk voor mij is om dingen te bezoeken. Het voelt confronterend. Ik voel mij als een schim, een mislukkeling, een bedrieger. 


Ik had al een tijdje niet echt iets geanimeerd en het voelt beschamend om op die evenementen geen project gaande te hebben. Zo voelt het voor mij tenminste. Ik krijg het gevoel dat ik mijn eigen vak heb verraden. Dat klinkt allemaal erg dramatisch, en achteraf is het dat ook, maar ik kon het niet laten om boos op mijzelf te worden. Wat heb ik nou helemaal gedaan sinds mijn afstuderen?! 


Ik was bezig met een andere studie, mijn schrijfwerk, mijn illustratiewerk, collages, een zine, acteren in een theaterstuk, verschillende animatie testen, een geanimeerde videoclip, een experimenteel videokunstwerk, en wat storyboards, maar ik was niet eens direct weer aan de slag gegaan met een andere film na mijn afstuderen?!


Ik zeg dat niet om stoer te doen met al de dingen die ik onderneem, maar meer om mijn eigen onvermogen om de waarde van mijn werk in te zien, iets waar mijn huidige studie ook niet bij helpt, maar daar misschien later meer over.


Al met al dus een dramatische eerste screening, maar dat is niet waar ik mij in deze tekst op wil focussen. Ik vertel dit omdat ik niet de realiteit van mijn eigen makerschap wil ontkennen, en daarmee misschien ook de realiteit van andermans makerschap. 



Ik wil mij liever focussen op de tweede dag. Met meer eten in mijn maag, een betere nachtrust en een minder volle dag ga ik een dag vol screenings tegemoet. Mijn dag begint met Kill it and leave this town (2020) van Mariusz Wilczyński, en mijn verlammende angst dat ik niks heb gemaakt slaat over in een uitgedaagd gevoel. Ik zie de film aan mijn ogen voorbij gaan, en ik realiseer mij dat er geen reden is waarom ik dat niet ook kan. “Dat kan ik ook wel” wordt vaak gebruikt als een neerbuigende opmerking naar kunst, maar voor mij is dat juist een schoonheid. De realisatie dat ik dezelfde potentie heb als dat waarvan ik op een scherm aan het genieten ben. Ik wordt herinnerd aan mijn capaciteiten, en voel me weer uitgedaagd om te gaan maken. 


Ik ben de onzekerheid van de dag ervoor overkomen, en nu is het tijd om echt te gaan genieten. Ik voel de passie voor mijn vak terug komen, en het verlangen om beelden te laten bewegen. Ik begin weer te tekenen in mijn schetsboek, op een manier die ik al lang niet had gedaan. Ik realiseer me dat ik maak omdat ik er van geniet, omdat het mijn passie in het leven is, ook als wat ik maak niet perse artistiek of van een hoog kaliber is. Zelfs de meest matige tekening in mijn schetsboek is voor een ander misschien wel iets dat ze ook weer kan inspireren om aan de slag te gaan. Ik wordt gevoed door de dingen die mensen hebben gekozen om met de wereld, en dus ook met mij, te delen. Ik zie een serie films uit Polen, die samen een grimmig vertoon zijn van een door de oorlog aangetast land. Ik zie pijn en verdriet, ik zie een grote variatie aan animatietechnieken, vernieuwende computertechnieken, maar ook ambachten die nieuw leven in worden geblazen. Ik zie een serie films door vrouwen uit Iran, het festival probeert niet alleen de grootste films, maar ook onbekende verhalen van kleinschalige makers te delen. Het Iranian Female Voices programma zat vol met innovatieve technieken en gevarieerde narratieven. Vooral de film The Fourth Wall (2021), van Mahboobeh Kalaee is mij sterk bijgebleven. De film vertoont een verzoening van inhoud en techniek en had een esthetiek die ik nog niet heb mogen zien in een film. Een combinatie van sets en camerawerk, met de toegevoegde animaties zorgen voor een onrustige beklemmende sfeer die je perfect in de schoenen plaatst van een kind dat opgroeit in een instabiel huishouden.



Ik voer gesprekken met andere animatoren en kunstenaars, we genieten van elkaars werk en steken elkaar een hart onder de riem. Ik kan met mensen praten over dat waar we passie voor hebben. 


Op mijn laatste dag zag ik een programma dat vol zat met dingen die ik nog jaren aan mensen ga laten zien als voorbeelden van de mogelijkheden van animatie. De materialiteit van het werk, de variatie in stijlen, de manier waarop het wegbreekt van de manier waarop er in de mainstream wordt gedacht over hoe animatie er uit zou moeten zien. Het toonde me een nieuwe wereld van mogelijkheden en herinnerde me aan de mogelijkheden die ik in mijn hart al wel kende maar was vergeten.



Een film als To Thy Heart (2013) van Ewa Borysewicz toont me de mogelijkheid om een verhaal te vertellen met een beperkt aantal frames. Ze is in staat om zoveel te communiceren met simpele tekeningen en goed geluid. Het is een herinnering aan wat je kan bereiken als je jezelf en je ideeën serieus durft te nemen.


Ik stap weg bij het festival met een hernieuwde liefde voor bewegend beeld en voor maken in zijn geheel. Met deze hernieuwde passie begin ik weer te creëren en te delen. Daarom denk ik dat het belangrijk is om naar tentoonstellingen te gaan, maar niet alleen naar tentoonstellingen van dat wat je nog niet kent, maar ook van dat wat je al wel kent. 


Het makerschap is iets dat gevoed moet worden. Het is makkelijk om te denken dat het de makkelijke weg is om bij je passie te blijven, maar voor velen is het moeilijk om op dat pad te blijven. Het is een pad vol twijfels, angsten en onzekerheden. Het vraagt veel van iemand om constant in de eigen potentie te blijven geloven, maar dit ook af te wegen tegen een verlangen om door te groeien als een maker en om geen vrede te nemen met de huidige capaciteiten. 


Door tentoonstellingen en festivals rond je eigen passie te bezoeken, kan je eraan herinnerd worden dat die passie überhaupt in je zit. Door al die verschillende werken tentoongesteld te zien wordt je eraan herinnerd waar je het voor doet, maar ook dat er geen homogeen beeld is waar je aan moet voldoen.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Het gemak van AI en wat we verliezen

Waar was ik gebleven?

CEOver