Een ingewikkled brein, een poging om grip te krijgen op mijn proces
In kunsteducatie wordt je constant naar je proces gevraagd. Ze willen weten welke keuzes je hebt gemaakt, hoe je hebt bijgestuurd, wat je heeft gemotiveerd etc. Alles wat heeft geleid tot het eindproduct, en dat is zeer begrijpelijk en waardevol, maar niet altijd toegankelijk voor een neurodivers brein. Ik vind het vaak lastig om mijn proces weer te geven, omdat het constant gaande is. Ik die in bed lig en gewoon denk is deel van mijn proces. Ik die instagram comments lees is deel van mijn proces. Ik die ruzie maak op het internet is deel van mijn proces. Ik die mij uitspreek over mijn onvrede met de academie is deel van mijn proces. Allerlei dingen dragen constant bij aan mijn ideevorming en dit leidt sporadisch tot beeldende en literaire uitingen, wanneer deze mij te binnen schieten. Ik heb geen proces in de zin dat ik een project kies, schetsen ga maken, de beste kies en deze uitwerk. Ik maak constant, pik constant nieuwe lijntjes op en laat andere constant vallen.
Met mijn neurodiverse brein kan het moeilijk zijn om de motivatie vast te houden op alle vlakken van mijn leven. Dus wanneer de motivatie om iets te doen door mijn hoofd schiet, probeer ik deze te accommoderen, om zo maar op gang te blijven. Zolang ik aan het maken ben, houdt ik mijn momentum op gang, maar dat is soms moeilijk te combineren met een academie die wil dat ik mijn proces inzichtelijk voor ze maak, wanneer dit proces soms voor mijzelf niet eens helder is.
Toch wil ik graag een poging wagen om mijn proces van de afgelopen periode enigszins in kaart te brengen, zodat het niet lijkt alsof ik zomaar wat doen, ook al zie ik dat zelf soms wel zo.
Toen ik afstudeerde van de Animation Design opleiding, lande ik in het welbekende zwarte gat, de periode waarin het moeilijk is om jezelf te motiveren om te maken. Dat kwam niet omdat ik het maken nou zo zat was, maar doordat ik de noodzaak voelde om weer een groot project aan te gaan dat mijn afstudeerfilm zou overtreffen. Ik moest een goed idee hebben en dat na gaan jagen. Hiermee creëerde ik een barrière voor mijzelf om te gaan maken, en schepte ik een oneerlijke verwachting van mijn eigen maakproces. Mijn afstudeerfilm zelf was immers ook niet op die manier tot stand gekomen.
Ik had het grootste deel van mijn vakantie besteed aan te proberen leven met de onverwachte mentale impact die mijn afstuderen op mij had gemaakt. Dat is deel van een groter overkoepelend probleem in mijn leven, dat ik moeite heb om stil te staan bij mijn eigen successen.
Toen ik aan een volgende opleiding begon, nam ik mij voor dat het belangrijkste ding was om gewoon weer te maken. Ik hoorde veel mensen zeggen hoe lastig het is om “gewoon te beginnen met maken” en ik merkte dat dit vijandigheid in mij opriep. ‘Het is helemaal niet moeilijk om te maken.’ Dacht ik, maar ik was niet zozeer vijandig tegen hun, als tegen het idee dat maken moeilijk was, omdat het mij net zo goed in zijn greep had.
Ik realiseerde mij dat ik niet per se iets goeds hoefde te maken, dat het maken an sich al een uitdaging kan zijn voor velen, en dat ik graag een docent wil zijn die kan laten zien dat het niet zo moeilijk hoeft te zijn. Met oog daarop ben ik weer aan de slag gegaan. Ik heb over de loop van dat semester geprobeerd om zoveel mogelijk kunstuitingen weer op te pakken die ik voorheen had gedaan en had laten vallen. In deze periode heb ik weer naar waarneming getekend, ben ik weer bezig geweest met video remixing, heb ik weer meegedaan aan een theaterproductie, ben ik weer meer gaan schrijven en nog veel meer. De uiteindelijke producten waren lang niet zo relevant als het idee dat ik aan de slag bleef. Dat ik kon aantonen dat het niet moeilijk hoeft te zijn om dingen te maken. Dat wil niet zeggen dat er geen gedachte achter mijn werk zit. De snelheid en veelvoud waarmee ik werk maak bevat een inherent statement op de manier waarop we naar schoonheid kijken, en hoe we werk meer lijken te waarderen wanneer er veel tijd in is gaan zitten. Iets dat veel zegt over de manier waarop we naar kunst kijken. Daarnaast houd ik mij ook beeldend bezig met het idee van schoonheid en esthetiek.
Ik ga de betekenis van mijn werk niet uit de weg, maar ik wil de pretentie mij er niet van laten weerhouden om te maken. Ik probeer eerlijk te zijn tegenover de impulsieve aard van mijn maakproces, hoewel ik merk dat het hierdoor soms lastig is om mijn werk te bespreken in een academische omgeving. Deels daardoor ben ik ook een afkeer gaan ontwikkelen naar een academie waar ik voorheen veel liefde voor heb gehad. Bij DBKV heb ik vanaf het begin veel sterker het idee gekregen dat er een wens was om werk te maken dat voldoet aan de ideeën van de opleiding over waardevol werk. Er werd weinig moeite gestoken in het verbloemen van de heldere voorkeur voor ruimtelijk werk en performances. Wat ik ook deed, waar ik ook moeite in stak in mijn strijd om mezelf te laten maken, het werd steeds gezien als een gemakkelijke uitvlucht.
“De student start dit semester met onbemiddeld maken. Het project kent wat willekeur en blijft een beetje hangen binnen de conventies van de eigen praktijk. [...] De presentatie wordt interessant bij de video met foto’s van leegstaande winkelpanden: daar lijkt iets gedaan te zijn wat reeds onbekend is binnen de context van het werk van de student. [...] De student geeft zelf aan dat het ruimtelijke en performatieve element mist: al is dat precies wat de docenten aangeraden hebben gedurende het semester. Het ontbreekt nu aan het opzoeken van diepgang en doorstuderen op een werk/oefening.”
-Beoordeling beeldend werk
Het werk leek enkel belangrijk te zijn als het iets was dat ik nog niet deed, en dan vooral iets dat de docenten als een betere vorm achtten. Hun obsessie met het onbekende forceerde mij om onoprecht te zijn over mijn werk, en om de docenten naar de mond te praten. Dit was erg ontmoedigend voor mij omdat ik mijn identiteit als mens en maker bouw op authenticiteit en oprechtheid.
Het was voor mij bijzonder lastig om op deze manier te moeten conformeren, en weg te breken van het artistieke proces dat ik over de afgelopen vier jaar had opgebouwd. Het makerschap dat ik met bloed zweet en veel tranen heb opgebouwd leek hier niet gezien of gerespecteerd te worden. Ik werd behandeld als een eerstejaars student die nog nooit buiten zijn bubbel was getreden. Het feit dat ik mij jaren had verdiept in animatie, maar ook enorm veel heb nagedacht over de kunsten in het algemeen, leken gezien te worden als een mal die moest worden gebroken, niet een waardevol talent dat ik met mij mee droeg.
Ondertussen was ik naast het beeldende ook een poging aan het doen om mij literair te ontwikkelen. Tijdens mijn afstuderen moest ik ook een scriptie schrijven. Dit was het grootste literaire project waar ik aan heb gewerkt. Ik had enorm veel voorwerk gedaan. Ik hield een dossier bij waarin ik uitbundig schreef over mijn interne processen, maar ook reflecteerde op kunst, de samenleving, de economie, ouderschap en nog veel meer. Ik deed een poging om mijn interne belevingswereld in kaart te brengen. Maar zoals veel van mijn processen, ging alles overboord op het laatste moment. Mijn dossier ging voornamelijk over mij, en de manier waarop mijn jeugd mijn kijk op de wereld had beïnvloed, maar hoe leuk ik het ook vond om daar mee bezig te zijn, en hoe bevrijdend het ook was, het was niet waar ik een concreet essay over wilde schrijven. Waar ik in mijn onderzoek vooral achter kwam, is dat ik gewoon serieus genomen wil worden met betrekking tot mijn gedachtes. Ik heb veel meningen en ik werk hard om deze meningen te vormen en te onderbouwen. Daarom besloot ik dat mijn scriptie zou gaan over mijn mening over wat wel en niet kunst is.
In twee weken tijd deed ik intens onderzoek en schreef ik duizenden woorden om mijn mening te concretiseren en inzichtelijk te maken voor anderen. Ik had nog nooit echt een poging gewaagd om op deze manier een tekst te maken, met het idee dat het een concreet eindproduct moest worden.
Het was een beter stuk geworden dan ik ooit had verwacht. Ik ontdekte een potentie in mezelf waarvan ik nooit had gedacht dat die er was. Ik moest huilen toen ik later werd genomineerd voor de scriptieprijs, omdat ik mijzelf eigenlijk altijd als… Niet perse als dom, maar iemand die niet goed functioneert wanneer het gaat over een academische context. Ik dacht dat mijn persoonlijke, losbandige manier van schrijven niet op kon tegen het nettere, meer geordende werk van mijn collega's. Maar daar stond ik, op dezelfde hoogte als mijn mede-genomineerden.
Hoewel ik uiteindelijk niet heb gewonnen, heb ik wel ontdekt dat ik blijkbaar kan schrijven. Dat dat iets waard is om meer energie in te steken. Dat was ook een van de doelen die ik had toen ik besloot om verder te studeren. Dat ik meer energie in mijn schrijfwerk zou steken.
Vanuit de opleiding werd ik gevraagd om een cultuur kritiek op te stellen over een probleem dat we zagen in de maatschappij. Ik was mij al een tijdje aan het verdiepen in revolutionair denken, dus ik besloot voor mijn cultuur kritiek te schrijven over wat het betekent om woke te zijn, omdat ik het zo vervelend vind dat dat woord maar overal voor gebruikt wordt door rechtse mensen om aan te duiden dat ze het ergens niet mee eens zijn. Het vormde een mooie intersectie tussen mijn verschillende maatschappelijke interesses. Hiervoor ben ik op zoek gegaan naar waardevolle boeken, maar omdat ik ook wel moeite heb om op die manier informatie tot me te nemen, kijk ik ook erg veel video essays.
Hiervoor ging ik veel revolutionaire theorie opzoeken, feministische teksten, post-modern gedachtegoed, zwarte onderdrukking, queerfobisch gedachtegoed, de aard van onderdrukking en de tweedeling in de samenleving etc. Het verslag bleef maar groeien en groeien, maar het kreeg geen heldere vorm. Op een gegeven moment had ik bijna 9000 woorden aan ideeën en uitgangspunten, maar geen heldere structuur. Daarnaast was het de opdracht om een verslag van 2500 woorden te schrijven, dus misschien had ik het iets te groots aangepakt. Hierdoor moest ik net zoals bij mijn afstuderen, het op het laatste moment iets makkelijker voor mezelf maken, en een ander onderwerp kiezen. Maar ik bleef wel achter met enorm veel nieuwe ideeën waar ik op voort wou borduren.
Ik besloot mijn cultuur kritiek uiteindelijk te doen over de stelling dat kunst en politiek gescheiden zouden moeten blijven. Iets wat ik dat semester wel vaker voorbij heb horen komen in het nieuws, maar ook in de klas zelf. Ik was al een tijdje geïrriteerd over dit idee, wat zich ook weer manifesteerde in andere paden die ik begon te bewandelen. Dit kan soms in ogenschijnlijk onbelangrijke dingen manifesteren, zoals de playlist die ik begon te cureren met muziek die zich op de een of andere manier uitspreekt tegen systematische onderdrukking, racisme, queerfobie, het kapitalistische systeem en andere activistische zaken.
In deze periode werd ik steeds radicaler in mijn gedachtegoed, een proces dat al jaren gaande is, maar werd versneld door mijn schrijfwerk en de teksten waar ik daarvoor mee engageerde.
Ondertussen moest ik ook schrijven aan de hand van een aantal culturele bezoeken. Deze opdracht was enorm vrij en was daardoor perfect voor mijn verlangens om mijn schrijven te ontwikkelen. Ik besloot om hiervoor in te haken op mijn afstudeer essay, maar dit keer vanuit een meer positieve hoek. Ik besloot om mij te focussen op wat we kunnen leren van de kunsten, zonder hierbij toe te geven aan het verlangen naar empirisch bewijs.
Hiervoor ging ik terug kijken op al de museumbezoeken en kunstwerken die een blijvende impact op mij hebben gemaakt. Ik schrijf veel vanuit het idee dat er waarde zit in transparantie tonen en iets van jezelf te delen. In deze periode was ik ook op zoek naar een manier om mijn schrijfwerk te delen. Het voelde allemaal heel lastig om een platform te vinden waar ik open en vrij kon bloggen, maar ook zichtbaar was. Toen ik mijn feedback op mijn verslag over de waarde van kunst terug kreeg, en een met een duwtje in de rug van een vriend, besloot ik eindelijk om maar gewoon een blog te maken. Als de vorm later niet geschikt bleek te zijn, kon ik altijd nog iets anders vinden. Als maker probeer ik mij op deze manier ook te bevrijden van de finaliteit van het eindproduct. In mijn makerschap ben ik zowel constant in proces als dat ik constant laat zien waar ik mee bezig ben. Ik deel waar ik mee bezig ben erg openlijk op sociale media. Hierdoor stel ik anderen in staat om een connectie met mij te scheppen en zo ook hun eigen problemen en opvattingen te kunnen koppelen aan de mijne.
Mijn blog gaf me eindelijk een bestemming voor mijn teksten, en een reden om ze rond te maken. Daarvoor schreef ik maar eindeloos in cirkels tot het een te groot project werd om af te ronden. Maar nu hoefde ik enkel te schrijven voor mijn eigen noodzaak. Geen eisen vanuit de academie, of een beoordeling die me boven het hoofd hing, enkel mijn gedachtes die ik kon verantwoorden tot op de hoogte dat ik het nodig achtte. Hierdoor begon ik terug te kijken op alles wat ik had geschreven, gelezen, gekeken en gehoord.
Door mijn oorspronkelijke voorwerk aan het “woke” essay kwam ik veel in aanraking met activistisch gedachtegoed door de teksten, video's en muziek die ik steeds meer begon te consumeren.
Een van de video’s die ik in deze onderneming tegenkwam was Why Utopianism is Good Actually van het youtube kanaal We’re in Hell. De video praat veel over de noodzaak om utopisch te kunnen denken, en praatte over positiviteit op een manier die sterk bij mij aansloeg. De video praat veel over hoop, zonder daarbij het verstikkende gewicht van duistere aspecten van de realiteit uit het oog te verliezen. Deze video is een belangrijke catalyst geweest voor mijn gedachtegoed, en heeft veel impact gehad op mijn algemene ideevorming.
Dit leidde ook tot de conceptualisatie van een installatie die ik met een vriend zou gaan opbouwen. Een soort bunker, toegewijd aan het verleden en de nostalgie, om zo de angst voor de toekomst niet onder ogen te hoeven komen. Deze zou geïnspireerd zijn door het werk van Joep van Liefland die ik tijdens een trip naar Berlijn had mogen ontmoeten, in combinatie met het utopische gedachtegoed van de voorgenoemde video, mijn eigen ideeën over het onder ogen komen van de realiteit, en de angsten van mijn vriend voor de toekomst.
Dit idee presenteerde ik als het concept waarmee ik aan de slag zou gaan tijdens mijn huidige semester, maar toen ik het presenteerde voelde ik al aan mijn water dat ik het niet waar zou kunnen maken. Ik probeerde te pretenderen dat ik wel een heel semester bij een project zou kunnen blijven, omdat dat de wens leek te zijn vanuit de opleiding, en mijn daadwerkelijke manier van maken leek niet te worden gezien als een waardevol proces. Hierdoor zette ik mezelf klem tussen de realiteit van mijn eigen makerschap, en de schijn die ik voor de opleiding probeerde te behouden. Hierdoor ontstond er nog meer weerstand om te maken in de context van de academie. Een project dat ik van nature op de achtergrond zou laten doorgroeien had ineens de noodzaak om binnen een planning te vallen. Ondertussen bleef ik druk bezig met schrijven, het ding waar ik eigenlijk mee bezig wou zijn maar niet leek te kunnen verbinden met de opleiding.
Hoe meer onderzoek ik deed naar onderdrukking, macht en revolutie, hoe meer ik de interconnectiviteit van de samenleving in kaart begon te krijgen. Door zelf over deze onderwerpen te schrijven begon ik een veel beter beeld te krijgen op mijn eigen denken, waardoor ik voor concreter kon voortborduren op mijn eigen filosofische gedachtegoed.
Ik werd steeds vaker wakker met inspiratie voor een nieuw artikel. De constante gedachtes die door mijn hoofd zoemen komen dan even op een lijn, waardoor ik ze vast kan leggen. Net zoals met mijn beeldend werk probeer ik in te spelen op de cryptische verlangens van mijn eigen makerschap, en probeer ik mijzelf op die manier in momentum te houden. Door te blijven schrijven begon ik steeds meer dingen als een aanleiding tot schrijven te zien. Instagram reacties waar ik het niet mee eens ben? Dat is een goede reden om te gaan schrijven. Mijn eerste stagedag? Dat geeft me weer nieuwe gedachtes.
Deels vanuit mijn schrijven ontstond ook een gedeelde noodzaak binnen ons collectief om met een publicatie aan de slag te gaan. Hiervoor heb ik vele processen aan moeten gaan die erg zwaar voor mij zijn geweest. Ik heb veel moeten leren over samenwerken, verantwoording, aansturen, loslaten en andere lastige processen. Het was erg lastig om de energie van drie mensen op één lijn te krijgen, maar uiteindelijk is het ons gelukt om een zine te realiseren. Daar is enorm veel tijd en energie in gaan zitten, maar het was al snel niet goed genoeg voor mij. Wederom was ik niet in staat om even stil te staan en te genieten van mijn/onze successen.
Ik begon steeds meer te schrijven over intersectionaliteit en solidariteit tussen de onderdrukten, maar ook over de tweedeling die ik zie in de maatschappij. Ik probeer voor anderen en mijzelf duidelijk te krijgen hoe de wereld in mijn ogen werkt, en hoe deze zou moeten werken. Dat is ook wat mij voortstuwt als een kunstenaar, mijn diepgewortelde noodzaak om begrepen te worden, op mijn eigen termen. Met oog daarop verschillen mijn teksten ook sterk in toon en inhoud. Soms gaan ze over zeer maatschappelijke zaken, maar soms gaan ze veel meer over mijn eigen belevingswereld, of mijn eigen makerschap.
Maar door de ongestuurde aard van mijn eigen schrijven en mijn beeldend werk, vond ik het ook maar lastig om dit te combineren met een opleiding die een afkeer leek te hebben tegen dat wat ik vanuit mijn eigen motivatie maakte. Alles waar ik van genoot leek bestempeld te worden als “dat wat ik altijd al doe.” Dit heeft alleen maar meer bijgedragen aan mijn afkeer voor de opleiding. Niet alleen droeg deze niet bij aan het momentum van mijn makerschap, zowel beeldend als literair, maar vormde deze een actieve hindernis hierin. De boodschap leek constant te zijn dat daar waar ik plezier in had gehad, het makkelijke pad was.
Wanneer ik iets met passie doe, straal ik een bepaald gemak uit in mijn werk. Mensen denken vaak dat ik wat ik doe makkelijk vind. Dat het me natuurlijk komt om sterke meningen te uiten, en deze te delen in de vorm van teksten, maar de realiteit is dat het erg spannend voor mij is. Ik probeer constant te ontwikkelen, nieuwe dingen op te pakken, en om oude vergeten lijntjes weer op te pikken. Ik heb jaren aan gewerkt om een vlotte babbel te ontwikkelen en om goed te kunnen improviseren tijdens presentaties, maar dat betekent niet dat het niet spannend voor mij blijft, ik weet dit gewoon goed te verbergen.
Ik ben in constante worsteling met mijn eigen makerschap, soms is het al een hele opgave om überhaupt iets te maken, en andere dagen verleg ik meer werk in een dag dan sommige in een week. Daar heb ik maar weinig controle over, het enige wat ik kan doen in mijn ervaring is om mijn eigen momentum op gang te houden. Hiervoor moet ik goed luisteren naar mijn eigen noodzaak. De ene keer wil iets zich manifesteren als een tekst, de andere keer als een beeld. Soms volgt het een het ander. Zo leidde mijn tekst over de relatie tussen revolutie en het onderwijs tot mijn werk No pigs in Education.
No Pigs in Education, River Roest, 2024
Met dit werk heb ik geprobeerd om een aantal dingen aan te gaan waar ik moeite mee heb. Zo was het een uitdaging voor mij om een volledig beeld te creëren. In mijn werk vind ik het nog lastig om meerdere elementen tot elkaar te verhouden. Vaak is het dan bijvoorbeeld een gezicht, waar het meer gaat om de esthetiek en de materialiteit, een simpele tekst of beeld waarbij het meer om het concept of de absurditeit van het idee gaat, of misschien een videowerk, waar het vaak meer om de sfeer of het gevoel gaat. Er zijn erg veel manieren waarop ik kan werken, maar vaak ga ik de volledigheid uit de weg, dat is wat ik in dit werk aan probeerde te gaan. Een ander leerpunt met dit werk, en andere soortgelijke werken, was het verlangen om de angst voor clichés los te laten.
In mijn schrijven en denken probeer ik vaak om complexe ideeën en concepten te reduceren tot een scherpe kern. Hierdoor lijken mijn ideeën vaak militant, met weinig ruimte voor compromissen, en dat zijn ze vaak ook wel. Ik heb geprobeerd om deze energie ook door te voeren in mijn beeldend werk. Wederom lijkt het mij misschien makkelijk af te gaan om zulk agressief werk te maken, maar het blijft toch moeilijk om open te zijn met werk als dit. Het maakt me in zekere zin een minder toegankelijke persoon, en dat brengt mij in de praktijk toch in een sociaal kwetsbare positie, wat het moeilijker voor mij maakt om vrienden te maken en andere relaties op te bouwen. Waarom doe je het dan? Vraag je misschien, en terecht. Ik doe het omdat ik jarenlang heb geleefd naar de verwachtingen van anderen, zowel interpersoonlijk als systematisch, en ik kan niet langer in een valse realiteit leven. Ik heb een brandende noodzaak om begrepen en geaccepteerd te worden, maar dit kan alleen als ik mij transparant en authentiek presenteer, anders zal deze acceptatie altijd performatief voelen. Dus hoe zwaar het soms ook is om sociaal ontoegankelijk te zijn, het is nog zwaarder om te pretenderen dat ik anders ben en denk dan ik daadwerkelijk doe.
Ik hoef hierin geen sympathie te ontvangen, ik deel dit niet om te laten weten hoe zielig ik ben, maar ik wil anderen wel de mogelijkheid geven om te zien dat ik ook moeite heb met dingen die makkelijk voor me lijken. Dat is waarom ik graag oprecht en transparant ben. Op social media delen we vaak de beste versie van onszelf, waardoor het kan lijken alsof iedereen zijn zaken beter op orde heeft dan wijzelf. Maar door deze delen van mijzelf te delen kan ik laten zien dat het voor anderen ook niet altijd makkelijk gaat, en dat we daar solidair in kunnen zijn.
Mijn proces bestaat uit allerlei paden, die op verschillende manieren opsplitsen, weer verbinden, een afgrond in lopen, op verwarrende manieren verstrengelen en weer op nieuwe punten uitkomen. Mijn denken en doen zijn zelden lineair, en elke poging die ik doe om wel zo te werken komt uit op een leugen tegenover een ander, maar ook tegenover mijzelf. Ik heb misschien niet helemaal controle over hoe ik werk, maar ik begrijp het goed genoeg om te weten wat ik wel en niet kan. Dit gaat niet om bepaalde uitingen, materialen of genres waar ik mij niet aan wil wagen, maar om grotere overkoepelende processen en thema's.
Een paar weken geleden lag ik in bed, op het punt om in slaap te vallen, toen ik ineens wist wat ik wilde doen voor mijn ontwerp onderzoek. Mijn hele afstudeerproject flitste ineens aan mijn ogen voorbij. Tot vier uur 's nachts ging ik door met typen om zo het idee niet kwijt te raken en de dag daarop ben ik doorgegaan met een aantal bronnen opzoeken en mijn punten verder uit te schrijven. Dat is het proces. Ik heb een gedachte, en ik ga deze uitvoeren. Maar het is ook het resultaat van maanden aan onderzoek, schrijven en denken. Ik heb constant processen gaande, alleen is het eindproduct dan vaak nog niet in zicht, want wanneer het einde al in zicht is, voelt het pad vaak niet langer prikkelend.
Ik probeer te werken met de feedback die ik krijg. Op stage heb ik een fijne connectie met mijn stagebegeleidster en is er een goede balans tussen mijn eigen manier van doen, en de behoeftes vanuit het klaslokaal. Ik ben niet blind voor kritiek en feedback, maar ik weet ook hoe ik functioneer, en er zit een grens aan de manier waarop ik mijzelf kan ombuigen. Ik gebruik kritiek om te groeien, ook als ik het niet eens ben met de kritiek, voedt dat mijn ideeën over hoe het onderwijs zou moeten functioneren, en daardoor kan ik mijn eigen docentschap aanscherpen, maar het is ook vermoeiend om op die manier te groeien.
Onlangs had ik een oefen expositie, de aanleiding om deze tekst te schrijven. Het kwam aan het licht dat ik mijzelf niet inzichtelijk genoeg had gemaakt, iets dat ik jammer vond omdat ik juist heel inzichtelijk ben op mijn blog en mijn sociale media, maar dat betekent natuurlijk niet dat docenten dat ook zien. Ik presenteerde mijn werk deels als een reflectie van mijn woede voor de samenleving, waarmee ik doel op de kapitalistische maatschappij. Ze zeiden dat het werk te ‘clean’ was, dat ze het zonde vonden dat het digitaal was en dat mijn ware woede nog gefilterd leek te zijn door mijn werk. Ze zeiden dat ze de ware woede wilden zijn. Ik vertelde ze dat mijn waarde woede weinig artistieke waarde heeft. Mijn ware woede is geen explosie van kracht, het is geen schreeuw of wilde spetters. Het is stilte, verdriet, verslagenheid, verlamming en isolatie.
Maar ik neem het allemaal wel mee. Het begon te prikkelen om weer een nieuw project aan te gaan. Na mijn bezoek aan Kaboom 2024 begon ik weer aan de feedback te denken, en nu probeer ik weer een project aan te gaan waarmee ik het ware gezicht van mijn woede probeer te laten zien, met fysiek materiaal en waarmee ik weer omarm dat ik kan en wil animeren. Maar de realiteit is dat ik nooit met zekerheid kan zeggen of ik dat af ga maken. Alles wat ik kan proberen is om een scène te creëren, en hopen dat dat mij genoeg voeding geeft om daar op voort te kunnen borduren.
Ik heb met veel liefde kunst gestudeerd, en ik heb altijd enorm open gestaan voor nieuwe dingen, maar nadat je een diploma hebt voor je artistieke ontwikkeling, is het toch wel fijn als er een bepaald vertrouwen wordt getoond dat je wel grip hebt op je eigen manier van werken.
Met deze tekst probeer ik voor anderen, maar ook voor mijzelf inzicht te geven in wat ik de afgelopen tijd heb gedaan en gedacht. Er ontbreken nog allerlei lijntjes en processen die op de achtergrond doorspelen. Van alles dat gaande is op het gebied van educatie, dat zich dan ook weer verbindt tot mijn beeldende werk en mijn schrijven, want het is voor mij allemaal verbonden. Plannen die nog tot uiting moeten komen, wensen voor de toekomst, onderliggende processen die ooit aan de oppervlakte zullen komen. Het is allemaal gaande. Dit is slechts een greep uit mijn interne belevingswereld, en ik ben benieuwd wat er nog meer uit gaat komen.
Reacties
Een reactie posten